vrijdag 17 juli 2015

Wandeling met bijbedoeling

Ik drentel de hele dag door het lokaal, schuif aan bij groepjes cursisten, ga met de taxi naar het ministerie en zit ’s avonds achter mijn computer. Zo gaat het al een week. Ik heb dringend behoefte aan beweging! Ik stop mijn paraplu in mijn tas en ga. Geen kaart van Addis bij de receptie. Dan maar zelf uitzoeken. Ik wil naar de Piazza lopen, het kloppende hart van de stad. Het is erg rustig vanwege de vrije dag. Geen stank van het verkeer, veel stalletjes en winkeltjes zijn gesloten, maar een perfecte dag voor deze wandeling. En het is steeds nog mooi weer. Een graad of 20-22, zonnig, met af en toe een wolkje, maar zo te zien de komende uren geen regen op komst. Mijn paraplu kan ook parasol zijn. Dat zie ik veel mensen doen.

Ik ben net vijf minuten op weg als een vriendelijke jonge man naast me komt lopen en een praatje begint. Dat ken ik. Dit is een verkoper van het een of ander. Wat zou het zijn? Boeken of cd’s. Voor alle andere zaken doen verkopers niet zoveel moeite. Het kan mij niet schelen. Het is een aardige jongen en ik heb een beetje aanspraak. Als hij hoort dat ik op weg ben naar het centrum, biedt hij aan mij de ‘houses in italian style’ te laten zien, ‘very old and very nice’. Ik vind het prima.
Onderweg vraagt hij van alles en vertelt ook. Hij studeert en wordt na zijn studie leraar. Hij komt uit Gondar, maar woont nu met zijn zus in een pension hier in Addis. We praten over het onderwijs. Als docent in het voortgezet en hoger onderwijs kun je niet zelf kiezen waar je gaat werken. Je wordt gestuurd door het ministerie van onderwijs. Hij gaat daarom proberen op een particuliere school te komen, in Gondar. Daar wil hij graag naar terug en om daar te kunnen werken, heb je het ministerie niet nodig. Dan moet je gewoon goed zijn en dat gaat hij worden. Zo’n type dus, daar kun je een leuke middag mee hebben.

Het centrum van Addis ligt zo’n 3½ km van hotel Ghion, 3½ km klimmen. Maar dan heb ik wel een geweldig uitzicht volgens mijn begeleider, die Daniël heet. Hij nodigt me uit om samen met hem in allerlei traditionele winkeltjes te kijken, dan zal hij wel bemiddelen over de prijs. Doe ik niet. Halverwege de weg omhoog is het duidelijk. Hij verkoopt cd’s, als bijverdienste. Hij kan ervoor zorgen dat ik 2 cd’s kan kopen voor een goede prijs. Goed aangevoeld, dus. Ik begin het te leren.
 
De huizen in 'italian style' zijn inderdaad erg leuk
De huizen in ‘italian style’ zijn inderdaad leuk. Geheel ver-Ethiopied, maar toch herkenbaar aan de balkonnetjes en de vorm. Geen sienna dakpannen, wel ijzeren golfplaten, maar toch. Rondom de Piazza zijn veel goud- en zilverwinkeltjes. Daniël doet ook hier vergeefse moeite me ergens naar binnen te laten gaan. Ik ben niet geïnteresseerd, ik wil lekker lopen en kijken. Veel opmerkingen van de mensen langs de kant. Volgens Daniël over mijn opvallende haarstijl en –kleur. Ik ben de enige blanke die hier loopt en dan ook nog grijs! Dat valt op. Je ziet wel Chinezen. Die zie je overal. Vandaag heb ik tot twee keer toe gehoord dat hun aanwezigheid niet altijd op prijs gesteld wordt. Maar daar is weinig aan te doen. China heeft een flinke vinger in de pap als het gaat om het ontwikkelen van de infrastructuur!
Precies dit uitzicht had ik ook!

Als we de Piazza zo’n beetje helemaal rond zijn gelopen, drinken we iets op een galerij met een fraai uitzicht over de straten. De galerij is een aaneenschakeling van cafeetjes. Daniël neemt een amberbier, dat is zoetig, donker, sterk bier. Ik proef ervan, lekker. Maar ik hou het bij fris. In deze temperatuur en dan nog teruglopen in de zon! Er is alleen cola. Dat drink ik al jaren niet meer. Ik vind het helemaal niet lekker, maar vooruit, het is holiday. En het valt heel erg mee, want ik heb flinke dorst! Terwijl wij daar zitten vertelt Daniël dat hij Italië, geweest is, in Perugia, als illegale bootvluchteling. Het was een vreselijke tijd. Moet ik dat nu geloven of niet? Maakt het uit als hij een verhaal ophangt? Eigenlijk niet, dus ik besluit het te geloven. Hij vertelt dat hij is gaan studeren toen hij terugkwam. Hij ziet dat er dingen veranderen in Ethiopië en daar wil hij aan bijdragen. Hij is het niet echt eens met de regering, maar er is nu verplicht onderwijs vanaf 5 jaar tot ongeveer 16 jaar. Dat is wel hun verdienste. En er is nu relatieve vrijheid. Dat was tijdens het regime van Haile Selassi en de Derg wel anders. Hij vindt dus dat het beter gaat, maar het kost nog veel tijd. ‘Misschien,’ zegt hij, ‘is Nederland nu aan zijn top en groeit de welvaart niet verder. Ethiopië groeit juist heel erg hard. Dan zijn we over tweehonderd jaar eindelijk gelijk!’
 
Achter dit huis begint de traditional neighbourhood
De terugweg loopt door een ‘traditional neighbourhood’. In mijn ogen een krottenwijk, maar dat is niet helemaal waar volgens Daniël. Arm is het wel, er zijn veel arme mensen in Addis. Ik ben veilig, want ik loop met hem, hij is mijn vriend. Er kan mij niets gebeuren. 
Via de hete bron die voor het warme water van Ghion en het Sheraton zorgt, komen we bij de cd-verkoper, om de hoek bij Ghion Hotel. Ik koop twee cd’s en geef Daniël 200 Birr (5 euro) als fooi. Dat is me deze middag wel waard. Veel gezien en er 2 cd’s met Ethiopische muziek en een ‘vriend’ bij.


Een onverwachte vrije dag

Vandaag, vrijdag 17 juli, is het einde van de ramadan. Solan, onze charmante assistente op het ministerie, vertelde dat dan het restaurant daar gesloten is. Waarschijnlijk vanwege het aantal islamitische medewerkers. Hoewel de meeste cursisten koptische christenen zijn, besluiten we een dag vrij te geven. Als de cursisten zowel koffie als lunch zelf moeten regelen, kost hun dat teveel geld. De kleine financiële bijdrage die zij voor het volgen van deze training krijgen is eigenlijk al niet voldoende om hun kost en inwoning voor deze periode te betalen. Niet iedereen heeft een familielid in Addis waar hij 4 weken gratis kan logeren. Vrij dus, met een opdracht, want nu missen we een dag en we hebben een vol programma. Een groepsopdracht die ze uiterlijk zaterdagmiddag naar mij moeten mailen. Dan kan ik er voor maandag feedback op geven.

De cursisten reageren als echte studenten: blije gezichten, duimen omhoog naar elkaar. En –net als echte studenten- proberen ze onder de opdracht uit te komen. “Wij hebben thuis geen internet, alleen hier op het ministerie en dat doet het nu ook niet.” Dat laatste is waar, maar ik reageer als een echte juf: “Ik ben hier tot 15:15 uur. Tot die tijd kunnen jullie de opdracht op flash (usb-stick) inleveren.” Het is op dat moment half twee. Ze gaan als een speer aan het werk. Om 10 over 3 heb ik van acht groepen de opdracht op flash gekregen. De negende groep, groep 2, heeft meer tijd nodig. Zij mailen.

Wat doe je met een onverwachte vrije dag? Uitslapen! Ik heb korte nachten gemaakt tot nu toe. Laat naar bed, omdat er veel voor te bereiden was en ook weer vroeg wakker. Een vol hoofd, roerige ingewanden en de vogels die beginnen te zingen, zorgen er tot nu toe voor dat ik na 5 uur niet echt meer slaap. Maar ook vandaag houd ik het niet langer dan tot kwart over 7 vol. En dan heb ik nog gesmokkeld, want al een half uur gelezen in The Children’s Act van Ian McEwan. Maar rustig starten, de was klaarleggen en het ‘wasformulier’ invullen. Allemaal heel relaxed. Dat doe je alleen op je vrije dag.

Het is zonnig en ik besluit na het ontbijt op het nieuwe terras van het hotel wat te werken. Het is een fijne temperatuur. Het verbaast me dat er niemand zit. De vorige keren was het helemaal vol. Als ik me net geïnstalleerd heb, begrijp ik waarom het zo stil is. De imam schalt door de stad. Het lijkt of hij naast het hotel staat te oreren. Dat niet, hij staat in het voetbalstadion. Daar is een islamitische dienst. Het voetbalstadion is hier hemelsbreed een kilometer vandaan, denk ik. Af en toe hoor je publiek juichen en een omroeper. Gisteren nog hoorde ik publiek en af en toe een omroeper. Spreekkoren en een golf van geluid toen er een doelpunt viel. 
De imam is goed versterkt en tot in de verre omtrek te horen. Hij gaat flink tekeer. Zijn verhaal wordt herhaald door de echo. Misschien is het vervelend als je dit heel vaak hoort en als je het kunt verstaan. Ik vind het bijzonder en ook mooi dat dit kan in een stad waar meer christenen dan moslims wonen. Wel ben ik blij dat dit niet elke dag is en dat je ’s nachts de imam, of de priester van de koptische kerk, wel hoort voorgaan in gebed, maar dat het op een flinke afstand is. Ik word er meestal even wakker van en slaap dan door.

Nu is het weer stil. Veel vogels in de bomen van Ghion park en veel minder getoeter van verkeer op de grote weg vlakbij. Er zijn veel mensen vrij vandaag en de grote VN-conferentie, International Conference on Financing for Development, is ook afgelopen. De wegen zijn weer vrijgegeven. Relatieve rust in de stad.

Ik ga eerst wat onafgemaakt werk voor de hogeschool doen. Daarna aan de wandel, lopen, niet met de taxi. Ik probeer op mijn mobiel een update van de kaart van Addis te downloaden, maar dat wordt een langdurig verhaal. Hopelijk hebben ze bij de receptie ook een papieren kaart. Wel zo handig als het zonnig is, dan zie ik toch bijna niets op mijn telefoon.
Ik heb wel een kaart nodig. Zondag bleek mijn richtinggevoel mij te bedriegen. Ik dacht dat ik een rondje rond het hotel liep, maar ik kwam heel ergens anders uit. Geeft niet, ik heb gewoon dezelfde weg teruggelopen. Maar ik vind het een fijn idee dat ik weet waar ik ben.

Echt een juf, controle houden…

dinsdag 14 juli 2015

Verbinding.



Verbinding

Het zaterdagavond 11 juli 2015. Ver van Nederland schrijf ik dit blog. Hoeveel kilometer is Addis Abeba eigenlijk verwijderd van Haarlem? Dat weet ik niet uit mijn hoofd en ik kan het niet opzoeken, want er is geen verbinding met internet. Gisteren in het vliegtuig heb ik het getal zien staan op het schermpje met vluchtinformatie. Maar ik heb het niet onthouden. Waarom zou ik ook? Het is informatie waar ik zonder kan. Bovendien: als het moet, kan ik het toch opzoeken. Ik heb allerlei apparaten om mij heen: mobiel, laptop, e-reader. Maar ik heb geen verbinding.

Addis is veranderd sinds vorig jaar. De spoorlijn die hoog over de weg en het plein vlakbij Ghion Hotel loopt, is bijna klaar. De enorme bouwput eronder is voor een deel veranderd in een geasfalteerde weg met een breed trottoir. Maar het is nog niet klaar, er wordt nog druk gegraven en gebouwd. Dan wordt er weleens een kabel geraakt. Dat is volgens de ict-meneer van het hotel de reden van de storing. In het weekend wordt er door het telecombedrijf niet gewerkt, dus er is geen internet.

Wat zoek ik op een dag vaak verbinding met de rest van de wereld. Om een plaatje voor in mijn PowerPointpresentatie te zoeken, een what’s-appbericht te sturen, mijn mail te lezen en in Dropbox te kijken. Want daar zou collega Michael de ‘midterm presentations’  inzetten, zodat we die konden bekijken en bespreken. De presentaties staan in zijn mail, maar er is geen verbinding.  Michael stapt op dit moment in het vliegtuig naar Nederland. Morgen kan hij de presentaties vanuit Nederland naar mij doorsturen. Wel een raar idee: vrijdag hebben de cursisten hier in Addis naar Michael gemaild en hij stuurt die mails zondag uit Haarlem weer door naar mij, in Addis. Dat is zó gebeurd als er verbinding is. Misschien heb ik dan nog tijd om ze voor maandag te lezen en feedback te geven.

Verbinding zoek ik in deze stad. Tussen oud en nieuw, natuur en stad, traditie en moderniteit, arm en rijk. Ik zie supermoderne gebouwen met ernaast een kudde schapen, Ghion Park met daarnaast golfplatenhuisjes, vrouwen in nikaab naast meisjes in shorts en high heels, BMW’s naast bedelaars. Het klopt niet in mijn westerse ogen. Maar hier in Addis gebeurt het wel. Op de een of andere manier gaan deze werelden een verbinding aan met elkaar. Mensen leven op dezelfde plek geheel verschillende levens en lijken dat te accepteren. Misschien doe je dat ook wel als je al je tijd nodig hebt om in leven te blijven. Onze cursisten signaleren wel en proberen er op hun manier iets aan te doen. Onderwijs kan hierbij een machtig wapen zijn. Zoals Malala zijn: Een boek, een schrift, een pen is genoeg om verandering te brengen

Verbinding voel ik met Bihian, die eigenlijk Wendewossen heet. Hij haalt ons op in een 50 jaar oude Kever, met de originele, wel wat roestige, lak. Hij heeft dat geregeld met een vriend, want zijn eigen auto is in de garage. Dit is het derde jaar dat hij ons rijdt. Hij is niet alleen onze taxichauffeur, hij is een vriend. Gelukkig kunnen we dit jaar iets gemakkelijker met elkaar praten, want samen met een aantal vrienden en familieleden geven we maandelijks geld voor zijn cursus Engels. Hij is net gepromoveerd naar Elementary III.

We lunchen met z’n drieën in Bata, een traditioneel restaurant in alweer zo’n prachtig park. We laten als echte toeristen foto’s maken. Hoe krijgen we die nu? Na betaling zet de fotograaf ze op een usb-stick. Daar lopen we niet mee op zak als we gaan lunchen:-) Maar Wendewossen heeft een usb-stick met muziek voor in de auto. De fotograaf zet er de foto’s op. Michael neemt hem mee en zet de foto’s over op zijn computer en op een andere usb-stick. Die krijg ik, Wendewossen krijgt de andere terug. Ik zet ze ook weer op mijn computer. En in dit blog. Zo maken we toch verbinding.

Het is zondagochtend. Ik zit op het nieuwe terras van Ghion Hotel, met uitzicht op het park. Veel vogels en zeker vier nationaliteiten op het terras. Ik zet de foto’s van gisteren op mijn laptop. En plaats er een in dit blog. Je ziet hem hier. Tenminste als je verbinding hebt… Dat lukt nu, op dinsdag.


woensdag 19 november 2014

Liefde voor leren

Liefde voor leren. Manon Ruijters schreef een boek met die titel[1]. Daar ben ik jaloers op, want als ik ooit een boek zou schrijven over onderwijs, zou dat de titel zijn. Het is wel mooi dat ik in haar boek, haar visie op leren, veel raakvlakken zie met die van mij. Goed om eens te proberen die visie te beschrijven.

Er zijn veel manieren van leren, mensen leren op een bepaalde manier, gestuurd vanuit leervoorkeuren, maar ook gestuurd door de situatie waarin zij verkeren en die hen noopt tot leren op die manier. Het is goed om een taal te ontwikkelen om het over leren te hebben, die taal helpt ons bij het leren en helpt ons ook om met en van anderen te leren. Ruijters beschrijft in haar boek zogenaamde leerlandschappen. Die landschappen staan voor verschillende leeroriëntaties, zoals leren vanuit de vraag, het verbinden van werken en leren en het leren vanuit het niet weten. Dat beeld inspireert mij. Ik zie het anders voor mij dan Ruijters, maar het begrip ‘leerlandschap’ past mij. Het zegt mij meer dan de term ‘leeromgeving’. De twee begrippen lijken op elkaar, overlappen elkaar. En toch hebben ze voor mij een heel verschillende gevoelswaarde. Dat is precies waarom taal zo belangrijk is als je het over leren hebt. Het is niet de exacte betekenis, de definitie, die telt, het is de emotie die er onder ligt. Die emotie komt voort uit mijn leergeschiedenis. Die geeft aan woorden en begrippen een andere kleur, een andere dimensie. Zo vind ik leerlandschap een goed woord en een mooi beeld.

Mijn ideale leerlandschap is vriendelijk en uitnodigend. Het helpt en prikkelt. Soms is het relaxed en soms verwarrend, maar altijd gericht op leren. Mijn leerlandschap is niet alleen fysiek. Het is ook niet alleen virtueel, of digitaal. Het is een plek die je uitnodigt om te leren, die past bij jou als lerende mens. De hogeschool kan zo’n plek zijn, met ruimte en rust, inspiratie en activatie. Maar die plek kan ook een studeerkamer thuis zijn, een afdeling in een bedrijf of een café. Het gaat erom dat je daar bent, op die plek, omdat je wilt leren. Je hebt een vraag die je wilt beantwoorden, een probleem dat je wilt oplossen, een kwestie die je wilt onderzoeken. Daar kies je voor, daar ben je medeverantwoordelijk voor. Dat doe je soms alleen, soms samen met anderen. De ene keer in een klaslokaal, dan weer in een bedrijf of via een online meeting. De student is geen consument, de docent geen producent. Je bent lerenden met elkaar, je zorgt er met elkaar voor dat je kunt leren én dat het leren ergens toe leidt. Het is dus niet vrijblijvend, je wilt je bekwamen in een beroep of een onderwerp. Je wilt leren.

Ik ben ervan overtuigd dat studenten op zo’n plek graag komen, om elkaar te ontmoeten, om interessante mensen te ontmoeten, om ervaringen op te doen, om te leren. In weerwil van wat er op allerlei plaatsen gezegd en geschreven wordt, van wat ik zelf op Hogeschool Leiden ervaar, blijf ik ervan overtuigd dat studenten graag willen leren. Niet op de manier die we ze nu bieden, misschien wel in een leerlandschap zoals ik hierboven beschrijf. Of iets wat daar op lijkt, een leerlandschap dat ze zelf mee vormgeven en inrichten.

Aan dit droombeeld werk ik de komende tijd: een leerlandschap waar onze hbo-studenten graag (komen) leren. Met zo’n dertig collega’s en studenten vorm ik de Werkgroep Herontwerp. Vorige week zijn we gestart met het benoemen van onze droombeelden, ons ideale onderwijs. We sprongen in het diepe. Geen uitgewerkte plannen van aanpak, geen doelen en resultaten. Laat het ontstaan. Niet zomaar in het wilde weg, maar vanuit een gedeeld gevoel van urgentie dat het anders kan en moet. Marien en Diederik van http://www.ideal-learning.org/ hebben ons begeleid tijdens twee inspirerende kick-offmiddagen, waar we werkten volgens the-art-of-hostingprincipes. (http://www.artofhosting.org/) De energie spatte ervan af.

Alle deelnemers hebben zich gecommitteerd aan het spannende proces dat we ingegaan zijn. Het zal niet alleen maar energie en inspiratie zijn. Ideal learning zal af en toe ook chaos zijn, of hard werken, of schuren, zoeken, experimenteren. En loslaten, veel loslaten. Maar het kan lukken. 

Wordt vervolgd.




[1] Ruijters, M. (2007). Liefde voor leren. Over diversiteit van leren en ontwikkelen in en van organisaties. Deventer, Kluwer.

woensdag 2 juli 2014

Mijn eerste portfolio

Voor het eerst in mijn leven heb ik een portfolio samengesteld. Met het portfolio wil ik mijn bekwaamheid als docententrainer /-opleider aantonen. Dat doe ik niet zomaar. Ik maak deel uit van een groep docententrainers die een pilot doen ter voorbereiding van een eventueel registratietraject. Wij zijn leden van het EHON, Expertisenetwerk Hoger Onderwijs, http://www.ehon.nl/  Dat is een vereniging van onderwijsadviseurs en docententrainers in het hoger onderwijs. In de pilot werken we een competentieprofiel voor de docentenopleider uit en stellen we een portfolio samen. Dat laatste om te toetsen of het profiel inderdaad de bekwaamheid van de samensteller kan meten.

Mijn eerste portfolio is meteen digitaal.
Ik doe mee aan de pilot omdat ik de achterliggende gedachte ervan omarm: als je van docenten in het hoger onderwijs een bepaalde bekwaamheid verwacht, moet je ook zeker weten dat hun opleiders bekwaam zijn. Ik vind het mooi dat het EHON dit oppakt en via onze ervaringen een profiel ontwikkelt. Ik vind het extra leuk om met de pilot mee te doen omdat ik als enige in het hbo werk. De anderen werken in opleidingscentra die verbonden zijn aan een universiteit. Alleen al daarom vind ik het zinnig om deel te nemen aan deze werkgroep.  

Goed. Ik heb dus een portfolio samengesteld. In januari ben ik begonnen. Eerst de zes competenties en de bijbehorende criteria nog eens goed lezen. We hebben ze zelf beschreven, maar nu ik moet aantonen of ik deze competenties bezit, lees ik ze heel anders. Hoe laat je nu zien dat je bekwaam bent? Wat zijn goede bewijzen? Ik begin bij de eerste competentie: Trainingen (her-)ontwerpen. Er horen acht criteria bij. Van alle acht moet je een of misschien meerdere bewijzen in het digitale portfolio uploaden. Het is een flinke zoektocht. Ik ontdek op de eerste middag al dat ik mijn archief niet echt goed op orde heb. Nog een avond en middag besteed ik aan het ‘vullen’ van het portfolio. Dan is er een overleg van de werkgroep.

Vier groepsleden hebben aan het portfolio gewerkt. We merken dat we behoefte hebben aan een leeswijzer, een sterkte-/zwakteanalyse, aan reflectie en aan concrete casus. Zo kun je als samensteller concreet maken wat je bedoelt en kun je de lezer meer achtergrond geven bij de bewijzen. We maken een soort handleiding voor de gebruikers, die we dan ook weer zelf kunnen uitproberen. Ook het portfolio wordt op ons verzoek iets anders ingericht.

In de meivakantie ben ik ongeveer drie dagen met de verdere invulling bezig. Ik maak een onderwijs-cv, een sterkte-/zwakteanalyse bij elke competentie, probeer dit zelfs te doen voor elk criterium. Ik reflecteer, beschrijf met de STARR-methode concrete voorbeelden van hoe ik gehandeld heb en zoek op allerlei digitale plekken naar bewijzen. Wat fijn dat we nu ook vanuit huis kunnen inloggen op het netwerk van de hogeschool. Ik kan dus ook daar op zoek!

Het is een klus, maar het is ontzettend leuk om zo na te denken over wat ik als docententrainer doe en waarom ik het op deze manier doe. Het is fijn om te genieten van de dingen die goed gaan, zoals collega’s betrekken en activeren. En het is erkennen van dingen die soms misgaan, zoals die keer dat ik vooraf niet goed afgestemd heb met onderwijsmanager en docenten over de inhoud van een trainingsbijeenkomst.

Het moment van de waarheid komt tijdens de bijeenkomst van de werkgroep op 24 juni. Vier leden van de werkgroep hebben hun portfolio samengesteld. Twee leden hebben de rol van kritische lezer / beoordelaar. Gedurende zes uur spreken we de vier portfolio’s door. De lezers / beoordelaars hebben allerlei vragen, maar die hebben wij samenstellers ook voor elkaar. Het is leuk en leerzaam om collega’s van zo dichtbij te leren kennen, want dat gebeurt bij het lezen van en praten over een portfolio. Je maakt je kwetsbaar, niet zozeer omdat je ook je zwakkere kanten benoemt. Ik vind het vooral kwetsbaar omdat het over mijn passie gaat. Dan gaat het over mij, over wat mij ten diepste raakt. Het gaat niet over wat ik dóe, het gaat over wie ik ben. Dat merk ik ook bij de anderen.

Voor sommigen gaf het samenstellen van het portfolio al voldoening, anderen willen toch graag horen of ze op basis van dit portfolio t.z.t. ook geregistreerd kunnen worden. Per slot van rekening hebben we er allemaal heel veel tijd en energie in gestopt. Daar kan nog niet veel over gezegd worden. Ofschoon ze op persoonlijke titel zeggen dat ze ons alle vier wel bekwaam vinden J

We besluiten nog één slag te maken. Nog één keer je portfolio doorlopen, bijwerken en fijn slijpen. En tegelijkertijd ook nog eens heel goed naar de criteria kijken. Het zijn er namelijk wel erg veel, hebben we gemerkt. Het profiel is wellicht té gedetailleerd. En nadenken over een ‘traject’ dat je docentenopleiders kunt bieden om hen te helpen tijdens het samenstellen. Wij hebben nu gemerkt hoe het praten over elkaars portfolio’s helpt bij het aanscherpen van je eigen portfolio. Dat is het moment waarop je leert, waarop ik leer. Dat maakt deze dag bijzonder en waardevol!