donderdag 20 september 2018

Kijkschrijven



Ik woon al 23 jaar tegenover de “Nieuwe Bavo”, de kathedrale basiliek aan de Leidse Vaart in Haarlem. Als ik aan mijn werktafel zit te werken en even opzij kijk om na te denken, zie ik de groene koepel. En als ik op zondag zit te ontbijten hoor ik de klokken beieren voor de mis van 10 uur.
Ik ben een aantal keer binnen geweest, tijdens de kerstnacht, de paaswake en om naar een concert te luisteren. De afgelopen jaren is de kathedraal gerestaureerd. Vanuit mijn werkkamer heb ik de restauratie van de buitenkant gevolgd. Steeds als er een steiger verdween, kwam er een stukje kerk tevoorschijn dat niet meer leek op wat het vroeger was. Ik had niet eerder gezien dat er zoveel beelden en versieringen waren. De grauwsluier was verdwenen, de kathedraal had kleur gekregen!


Ook binnen is de kerk gerestaureerd, vooral de nieuwe glas-in-loodramen van Jan Dibbets vind ik heel mooi. Al die schoonheid was voor Haarlems stadsdichter Willemien Spook aanleiding om een workshop ‘Kijkschrijven’ te organiseren. Aan de hand van opdrachten kijk je naar een object en schrijft erover. Ik ben meestal een vluchtige kijker, heel soms neem ik de tijd om een kunstwerk langer dan een halve minuut te bekijken, maar meestal ben ik snel afgeleid en gaan mijn ogen al naar het volgende werk. Ik wil dat kijkschrijven wel eens ervaren. Een mooie reden om weer eens naar de kerk te gaan.


We hebben geluk, de zon schijnt. Dan ziet een kerk er al meteen anders uit! Met negen mensen zitten we aan een tafel in de verder lege kerk. Willemien heeft een kijkschrijfwijzer gemaakt, daarmee gaan we op pad. Ieder voor zich, met een strakke planning en gestructureerde opdrachten. Zo moeten we binnen 10 minuten een object vinden. Dat lijkt me moeilijk in zo’n grote kerk, maar eigenlijk weet ik het direct als ik ‘mijn’ object zie. Ik loop mijn rondje door de kerk nog af, maar ik keer snel terug. Grappig dat je in die grote kerk binnen die korte tijd allemaal iets vindt wat je aandacht trekt, soms een heel klein detail.
Met de opdrachten, pen, horloge en telefoon zoek ik een plek in de doopkapel. Er is geen stoel of bank, dus ik ga op de grond zitten. Tegenover mij hangt een prachtig kunstwerk van glas. Ik moet nu 5 minuten kijken, al mijn zintuigen open zetten en waarnemen. Ik mag niets opschrijven. Daarna nog eens 5 minuten heel intensief kijken en nog steeds niets opschrijven. Wat zie ik veel: een rond glazen object dat hangt in een van de timpanen van de kapel. Het lijkt een oog, maar dan omgekeerd: het oogwit is zwart en de pupil is wit en het lijkt of er een kikkertje op zit. Er omheen 5 glasscherven, gepolijst en niet aan elkaar passend, ook al lijkt dat in eerste instantie wel het geval. Ik denk aan scherven brengen geluk, aan breekbaarheid en tederheid, aan snijden en pijn, aan glad en scherp. Dan mag ik in 5 minuten alles opschrijven wat ik denk. Mijn gedachten draaien steeds om dat glas en de scherven. De 5 minuten zijn zó om.
De volgende 10 minuten maak ik kleine opdrachten die me dwingen steeds beter naar het kunstwerk te kijken en te voelen wat het met me doet. Dat wordt nog sterker met de volgende opdrachten waarin ik ‘naar binnen’ stap. Dan is het tijd om te schrijven. Mijn gedachten dwarrelen alle kanten uit. Ik kan niet goed bedenken vanuit welk perspectief ik nu ga schrijven. Ik probeer een verhaaltje te schrijven, maar dat bevalt me niet. Ik krijg niet de goede toon. Uiteindelijk kom ik uit op dit:

Scherven
glad en rond.
Geen scherpe randen, geen
spitse hoeken.
Gladde scherven,
spiegels van de ziel.
Harde woorden werden zacht.
Boze gedachten werden kalm.
‘Het moest zo zijn’
‘Zo gaat het nu eenmaal’
Eens was het heel, een hoopvol begin,
rond en sterk.
Het brak…
Nu zijn er scherven,
gladde scherven.

Ik krijg een appje van vriendin H die ook meedoet. De groep heeft zich weer verzameld aan de tafel. Ik haast me naar hen toe. Nu voel ik dat ik koud geworden ben van de stenen vloer. Ik luister naar de kijkschrijfsels van de anderen. Negen verschillende verhalen over negen objecten in de kerk. Gelukkig geen feedback over hoe het anders of beter had gekund. Gewoon luisteren en tot je nemen. Door de vragen en opdrachten van Willemien heeft ieder van ons heel anders naar het object gekeken. Ik vond het spannend om al die indrukken daarna om te zetten in geschreven woorden, er een vorm voor te vinden.

Thuis zoek ik op van wie mijn object is: Marc Mulders. Het werk in de timpaan waarover ik kijkschreef, is een deel van het totale kunstwerk in de doopkapel. Het bestaat uit een glasschaal in de nok, 4 werken in de timpanen en een raam boven de deur naar de kerk. De titel is ‘Levend water’ en het past helemaal in die doopkapel. Mijn kijkschrijfsel gaat over iets heel anders, dat vindt Marc Mulders vast niet erg. Ik heb zijn werk écht gezien. Daar heeft dit kijkschrijven voor gezorgd. Ik ga dit vaker doen!

 Meer informatie:



Beschrijving van het glaskunstwerk in de doopkapel: https://www.rkbavo.nl/wp/wp-content/uploads/2016/12/BIDS_201612.pdf


zondag 8 juli 2018

Bij mijn afscheid van M&B...


Aan het eind van dit collegejaar neem ik afscheid als onderwijskundige van de faculteit Management & Bedrijf van Hogeschool Leiden. Deze week was mijn afscheidsfeest. Een feest was het, met een spetterende voorstelling van Steef de Jong van www.grootsenmeeslepend.nl, mooie en warme woorden en veel cadeaus. Ik voel me zó gewaardeerd en gezien!
Steef de Jong in het Huzarenstukje

Dit was mijn speech:

Ik was net 17 toen ik me realiseerde wat het betekent aan anderen iets te leren. Ik wilde na mijn eindexamen naar de theaterschool. Maar ik kon pas worden toegelaten als ik 18 was en dat duurde nog twee jaar. Ga naar de pedagogische academie, zeiden mijn ouders. Daar heb je altijd iets aan en je bent 19 als je klaar bent. Dan kun je alsnog naar de theaterschool.

Ik zat er nog maar net, toen ik ontdekte hoe leuk het is om anderen te helpen bij het leren. Ik voelde de magie van voor een klas staan en leerlingen meenemen in een verhaal. De ademloze stilte, de gezamenlijke zucht van opluchting als de held ontsnapte aan de boef. Ik voelde de trots als er weer een tafel geleerd was of bijna de hele klas een voldoende voor het dictee had. En ik genoot van de chaos en verwondering bij experimenten: mosselen koken in de klas, liedjes maken, een boterham met pindakaas laten vallen om te kijken naar welke kant hij valt. (op de besmeerde kant). Ik leerde leren, dat is de rode draad in mijn loopbaan. Daar wil ik jullie graag iets over vertellen.

Ik leerde dat ik iets kon betekenen voor die kinderen, dat ik het leren gemakkelijker kon maken. Ik zag hun trots als ze zich iets moeilijks eigen gemaakt hadden, ik zag hen groeien en hun perspectief op de toekomst. Ik was hun juf, zij waren mijn klas, mijn kinderen.  

Ik leerde met vallen en opstaan het vak van docent. Ik leerde hoe verwarring tot leren kan leiden, ik leerde 55 manieren om de stam + t uit te leggen, ik leerde feedback op collega’s in zorgvuldig gekozen woorden te vatten, ik leerde dat verbinding geen loos modewoord is, maar bestaat en dat het werkt.

Na een paar jaar voor de klas ging ik in deeltijd Nederlands studeren. Zonder baan, want die waren schaars door de bezuinigingen. Naast die studie leerde ik vooral on the job. Ik leerde wat het is om, een langdurige relatie te hebben, kinderen te krijgen, ze te verzorgen en op te voeden. Ik leerde van weinig geld rondkomen, want met één onderwijzerssalaris en drie kinderen kun je niet zo veel. Ik leerde kleren naaien voor het hele gezin, een moestuin onderhouden, groenten en fruit verwerken.

Ik leerde vol verwondering en plezier van het vanzelfsprekende leren van kleine kinderen, hoe leren voor hen onlosmakelijk verbonden is met leven en overleven. Ik zag aan hen hoe urgentie en motivatie leiden tot grootse prestaties: je omdraaien op je buik en weer terug, leren lopen, leren praten. Ogenschijnlijk vanzelfsprekend, maar doelgericht, met een enorme toewijding en doorzettingsvermogen.
  
Wat ik leerde...
Ik kwam in het voortgezet onderwijs als docent Nederlands. Ik zag daar de pubers die best wilden leren, maar niet hier en nu. Ik zag de verwarring, de moeite, de chaos in hun hoofd en hart. Daar leerde ik dat het tijd kost vertrouwen te winnen en verbinding te maken. Dat het ook niet altijd lukt. Dat je soms moet loslaten wat moet en hoort, om vanuit je hart een leerling aan te spreken. Dat je soms na de eerste examenochtend een hypnotherapeut moet vragen om een leerling via hypnose tijdelijk van een blokkade af te helpen, waardoor hij met negens, zijn verloren zelfvertrouwen terugvindt en het examen haalt.

Maar ik leerde ook dat leven moeilijk is. Ik leerde wat het is om aan je kinderen te vertellen, dat papa en mama gaan scheiden. Ik leerde afstand te doen van een ideaalbeeld en verdriet te veroorzaken bij degenen die je het liefste zijn, onzekerheid en chaos in je hoofd en om je heen te hebben. Maar ik leerde ook dat je je grote liefde kunt vinden. En ik leerde hoe je van twee gewonde en gemankeerde gezinnen een nieuwe samenlevingsvorm maakt, het Soepie van Koorstraat 2. Ik leerde daar misschien meer van dan van alle boeken en theorieën, omdat het me als mens gevormd heeft, milder gemaakt, reflectiever enerzijds en doelgerichter anderzijds, want je leeft maar één keer.

En hoe werd ik dan onderwijskundige, want dat is toch wat ik hier tien jaar gedaan heb? Ik ging weer studeren, onderwijskunde. Mijn honger naar kennis stillen, over dat complexe systeem dat onderwijs is en het leren van mensen. Ik werd onderwijskundige en na 4 jaar in Rotterdam bij de verloskundeopleiding kwam ik hier.

Hier werk ik bijna niet met studenten. Ik werk met docenten, managers, ondersteuners.
Is er veel verschil? Nee, niet echt. Ik leerde hier dat veel collega’s na een carrière elders, het nieuwe beroep van docent willen leren. Dat ze weer beginneling durven worden en zonder noemenswaardige ervaring voor de klas gaan staan. Dat ze soms kwetsbaar zijn en onzeker, maar toch doorgaan en langzaam maar zeker die docent worden, die zich op zijn eigen manier verbindt aan zijn studenten. En dus tot in de late uurtjes nakijkt en feedback geeft, 55 manieren bedenkt om uit te leggen hoe je een probleemstelling formuleert, en toetsen maakt om van te leren.

Ik leerde en passant uit al die modulehandleidingen en toetsen veel over de 5 P’s, Ulrich, formeel en  materieel strafrecht, mediation, business canvas model, PR en social media,.
Ik leerde dat er bij M&B veel mensen zijn die hun nek uit durven steken en het gesprek aangaan over wat er voor hen werkelijk toedoet in het onderwijs. Die zich committeerden aan onze TOP, Toekomstbestendige Onderwijspraktijk  zonder dat die helemaal strak en uitgelijnd was.
Ik leerde dat er bij M&B een MT is dat durft los te laten omdat ze geloven in een andere manier van leren en dus dubbel ervaren dat bij leren en veranderen chaos hoort en onzekerheid, want ze voelen het bij zichzelf én in hun teams.

Ik leerde dat ook docenten leren als er een urgentie is: Ojee, Blackboard verdwijnt echt! Nu moet ik Daan toch vragen hoe het zit met Sharepoint en Itslearning! Ik leerde dat ook docenten trots zijn als ze die nieuwe leeromgeving onder de knie krijgen en een mooie e-learning maken of flipping the classroom echt goed toepassen.

Ik leerde dat ik een enorme geluksvogel ben, of eigenlijk wist ik dat wel, maar ik prijs me gelukkig dat ik de laatste tien jaar van mijn onderwijsloopbaan hier heb kunnen werken, met jullie. Jullie hebben me steeds weer geleerd dat we heel verschillend kunnen zijn, heel verschillende opvattingen kunnen hebben, maar dat we allemaal gaan voor die student die gaat leren. Die later als een goede professional en als een goed mens zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt. Dat is wat me met jullie verbindt, dat is wat ik in jullie herken.

Dat is waarom ik hier met zoveel plezier, energie en inspiratie gewerkt heb. Hier heb ik ervaren wat ik voelde in die klas, op de Philomenaschool in Haarlem-Noord: leren is leuk, leren mogelijk maken is nog veel leuker, want dubbelop. Maar hier bij M&B is er een dimensie bijgekomen, hier kwam het samen, hier heb ik geleerd en gevoeld wat het is om te leren van en met elkaar.

Dank jullie wel daarvoor!!!




vrijdag 24 maart 2017

De Zorg Draait Door

Een uur geleden nam ik afscheid van een groep studenten van de opleiding Management in de Zorg en nog steeds voel ik de ontroering hoog in mijn keel. Elf persoonlijke verhalen van betrokken mensen die als leidinggevende in een zorginstelling werken. 


Ik was deze ochtend tafeldame van Erik Hornman bij De zorg draait door. Erik Hornman is een externe relatie van een van de docenten. Hij heeft ervaring met deze werkvorm. In het format van DWDD werden elf studenten van Management in de Zorg bevraagd over hun visie op de toekomst van de zorg. Ze zijn bijna aan het eind van hun opleiding, wat rest is nog het afstudeerwerk en een eindgesprek waarin de visie op het beroep centraal staat. Deze De zorg draait door is bedoeld om die visie scherp te krijgen en ook echt te articuleren.

Erik speelde Mathijs van Nieuwkerk, een Mathijs die goed doorvraagt. Hij geeft zijn gesprekspartners de ruimte om hun verhaal te doen, maar 'dwingt' hen ook om hun mening te geven en toe te lichten. De studenten hadden allemaal een vraag ingebracht die hen bezighoudt als het gaat om de toekomst van de zorg. Erik had die geclusterd in thema's. Steeds werden twee studenten voor wie dat thema opportuun was aan tafel genodigd en voerden we een gesprek van ongeveer een kwartier.

Ze herkennen alle thema's, zelforganisatie en zelfsturing, robotica en domotica, werk- en regeldruk, bezuinigingen en digitalisering, verlies van persoonlijk contact, leiderschap, samenwerking. Ze zitten vaak op een plek tussen primaire zorg en het organisatiebelang. Dat is geen gemakkelijke plek, want lang niet altijd gaan de belangen samen, dat bleek vanochtend ook. Het zou dus een ochtend van klagen en wijzen naar anderen kunnen zijn, maar dat was het niet!

Ik zag en hoorde een enorm elan. Innovatiekracht en bereidheid om hún mensen, hún team, te inspireren, te ondersteunen, te helpen. Maar ook om los te laten en eigenaarschap te geven.
Ik zag en hoorde hoe zij dat dan aanpakken. Hoe je een medisch analist uitnodigt om de hiërarchie ten opzichte van de arts te doorbreken en initiatief te nemen bij de invoering van een nieuwe techniek. Hoe je in gesprek met een medewerker ontdekt de verantwoordelijkheid als persoonlijk begeleider te zwaar valt, dus dat diegene veel gelukkiger wordt als assistent-begeleider. Hoe je met een medewerker die al dertig jaar hetzelfde werk doet op zoek gaat naar de passie en probeert het hart voor de zorg en de cliënt weer terug te vinden. Hoe je een jongere laat inzien dat de medewerkers geen regels hebben bedacht om te pesten en vervolgens samen een oplossing bedenkt. Hoe je ondanks beperkte budgetten, maar 'creatief met kurk' tot goede oplossingen kunt komen.
Ik zag en hoorde dat zij het gesprek aangaan, luisteren en hóren wat er gezegd wordt. Dat ze samen onderzoeken hoe een medewerker met plezier kan werken, met hart en ziel. Hoe ze vertrouwen geven bij het toepassen van  nieuwe vaardigheden, technieken of verantwoordelijkheden. Maar ook dat ze grenzen stellen, aanspreken en knopen doorhakken.
En ik zag en hoorde dat het best spannend is om je zo bloot te geven voor de groep, zo kwetsbaar te zijn. Dan begin je dus maar met een grap, je maakt je een beetje onzichtbaar, of je houdt je op de achtergrond. Gelukkig veranderde dat in ieder gesprek en kwamen ziel en zaligheid aan de oppervlakte.



Wat mij betreft halen deze elf studenten hun bachelordiploma met vlag en wimpel. Ik zou me als patiënt of cliënt graag aan hun zorg toevertrouwen. Zij geven mij ook vertrouwen in de toekomst van de zorg, want ze weten waar ze over praten en hoe ze moeten handelen. Die passie, die kracht, die enorme betrokkenheid maken dat die brok in mijn keel zit en er nog steeds niet uit is.



Als onderwijskundige bij de faculteit Management & Bedrijf ondersteun ik 5 voltijdsopleidingen bij het vormgeven en inrichten van het curriculum. Ik heb veel contact met docenten en management team, maar jammer genoeg te weinig met studenten. Dat geldt helemaal voor Management in de Zorg (MiZ). Als enige duale opleiding in onze faculteit is dat een beetje een buitenbeentje. De studenten zijn veel minder op de hogeschool, ze zijn gemiddeld ouder dan de voltijds studenten en hebben al een flinke periode gewerkt. Dat geldt zeker voor de studenten van deze groep. 

Meer informatie over de opleiding MiZ? https://www.hsleiden.nl/management-in-de-zorg

vrijdag 10 maart 2017

Vluchten kan niet meer

Vluchten kan niet meer


Vluchten kan niet meer, heeft geen enkele zin 
Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waarin 
Hoe ver moet je gaan
In zaken of werk, of in discipline 
In Yin of in Yang of in heroïne 
In status en auto en geld verdienen 
Hoever moet je gaan 
Vluchten kan niet meer
Dit lied uit 1971(!) hoor ik regelmatig in mijn hoofd. Vroeger zong ik het omdat ik het een echt mooi lied vond. Ik kende de tekst uit mijn hoofd. Frans Halsema en Jenny Arean zongen het en het stond in 1977, toen het op single uitkwam, zelfs 5 weken in de TOP40! Maar nu is het geen mooi liedje meer, het is een alarmbel, de noodklok, een soort wake-up-call.
Op 15 maart zijn de tweedekamerverkiezingen. In de media, welke dan ook, gaat het over niets anders. Mij overvalt bij het lezen van en kijken naar reportages regelmatig onzekerheid over de toekomst. Ik ben altijd optimistisch geweest over hoe de mensheid zich ontwikkelt. Ik had geen redenen om me zorgen te maken. Het ging ons steeds beter. Er leken steeds minder oorlogen te zijn en waren ze er wel, dan ver weg. Steeds meer ontwikkelingen die de gezondheid van mensen verbeterden, steeds meer maatregelen om het milieu en klimaat te ontzien. Steeds meer mogelijkheden om naar verre landen te reizen en van andere culturen te genieten. Aandacht voor ontwikkelingslanden, voor kunst en cultuur.
Maar dat is niet meer. We leven in een land waar het slecht gaat. Dat is wat ik hoor als partijleiders debatteren en wat ik lees in hun flyers. Ons land wordt overgenomen door extremisten en belaagd door terroristen. We verliezen onze identiteit, de zorg wordt onbetaalbaar, de vijand komt dichterbij, het geld is steeds minder waard, we worden veel te oud en we moeten de grenzen sluiten. 
Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waar 
Schuilen kan nog wel, heel dicht bij elkaar 
We maken ons eigen alternatiefje 
Met of zonder boterbriefje 
M'n liefje, m'n liefje, wat wil je nog meer 
Vluchten kan niet meer 
Vluchten kan niet meer
Die neiging krijg ik af en toe en ik ken ook mensen die dit gaan doen. Weg van de wereld, van nepnieuws en scheldpartijen. Lekker in een hutje ver weg, waar niemand je hoort of ziet en jij ook niemand hoeft te horen of te zien. Waar je kunt dromen en genieten zonder veroordeeld te worden. Vandaar dat ik dat liedje steeds in mijn hoofd hoor. 
Maar eigenlijk wil ik dat niet. Ik wil niet vluchten, ik wil me verzetten tegen de gedachte dat het toch allemaal geen zin heeft. Ik wil blijven geloven in de goedheid van mensen en de kansen die we hebben om de wereld beter te maken. En vooral wil ik dat doorgeven aan onze studenten.  
Onze studenten gaan na hun afstuderen een rol spelen in organisaties. Ze krijgen invloed door hun positie. Wij kunnen hen helpen te leren hoe je verantwoordelijkheid neemt. Hoe je kritisch nadenkt en in gesprek gaat. Hoe je echt luistert en wilt begrijpen. Dat je niet vlucht en je niet verschuilt.
Dat kunnen wij voorleven en hun leren. Dat is niet gemakkelijk, want dan moet je als docent, onderwijsmanager, ondersteuner ook uit je schulp kruipen en laten zien waar jij voor staat. Je hoeft niet te gaan flyeren voor een politieke partij, maar je zou wel het moeilijke gesprek moeten aangaan, met collega's, met je manager, met studenten. Dat gesprek kan gaan over politiek, over ongenuanceerde uitlatingen tegen medestudenten, over maatschappelijke problemen, over een aanslag of over discriminatie. Over dat die onderwerpen wel degelijk te maken hebben met het beroep dat ze gaan uitoefenen. Dat je de wereld niet los kunt zien van je beroep. Maar het kan net zo goed gaan over het toegeven van een foute beslissing, over het niet nakomen van afspraken, over dromen en praktische bezwaren. Het kan gaan over grote en kleine dingen, maar je vlucht er niet voor.
​Hogeschool Leiden, waar ik werk, heeft als een van haar ambities: 'Wij kennen de student, de student kent ons'. Dan moeten we ons ook laten kennen en laten zien waar wij voor staan. Als we ons willen verbinden aan onze studenten, dan moet de waan van de dag soms voorgaan.
 Volgens mij zijn we eigenlijk minder ver weg van het verwerkelijken van deze gedachte dan het soms lijkt. We zijn wel steeds op zoek naar hoe we deze moeilijke opdracht concreet kunnen maken. Hoe pak je dat nu aan in je les, hoe leg je verbanden en zet je studenten aan het denken. Daar hebben we elkaar voor nodig. Op zoveel plekken is er kennis, ervaring. Er is creativiteit en energie in overvloed. Als ik alleen maar rondkijk in onze eigen faculteit zie ik collega's die mij, ons, kunnen leren hoe je dit kunt aanpakken. Ik wil die graag bij elkaar brengen, ik wil die kennis naar boven halen. Ik wil die uitdaging aangaan. Ik weet zeker, dan vinden we manieren om onze studenten te leren op te staan en niet te vluchten.

Zie voor een uitvoering van het lied Vluchten kan niet meerhttps://youtu.be/sE2yz-L64ag

woensdag 15 februari 2017

Lerend evalueren

“Toen ik die ronde bosjes stiften zag, dacht ik ‘daar gaan we weer’, maar het was een inspirerende bijeenkomst.” Dat zei een van de docenten die deelnam aan de eerste bijeenkomst van ‘de lerende evaluatie’. Wat maakte nu dat wij, de acht aanwezigen, geïnspireerd het lokaal uit gingen? Is dat het gevoel van samen leren hoe het anders kan?

           
Hoe het begon…
Collega Tim Woensdregt kwam met de uitgave Lerend Evalueren van Royal Haskoning. Dat is nu niet direct een organisatie waar ik warm voor loop. Maar dit boekje maakte mij enthousiast. Het nam mij mee in deze andere vorm van evalueren en ik dacht meteen: dat is iets voor ons! Tim vond dat ook, dus we hebben het MT voorgesteld deze werkwijze te proberen bij de evaluatie van de pilots voor de faculteitsbrede vakken.

            Hoe het was…
We zijn nu klaar met de hele cyclus: een plenaire bijeenkomst voor alle betrokkenen, kleine gesprekken per pilot en weer een plenaire bijeenkomst. Het loopt nog niet zoals ik zou willen, maar ik heb wel ervaren hoe lerend evalueren kan bijdragen aan onze onderwijskwaliteit. De crux zit hem hierin: niet alleen degene die de evaluatie begeleidt en het verslag schrijft, leert, maar àlle betrokkenen leren. Iedereen doet wat hij kan doen om de verbetering uit te voeren en het goede te behouden. Je wacht niet tot je een opdracht krijgt maar gaat aan de slag met jouw leerpunten.  

Betrokkenheid. Dat is waar het om gaat. De evaluatie is niet van de kwaliteitscoordinator, of van de onderwijskundige. Ze is van ons allemaal. In de evaluatie van een periode gaat het dan om studenten, docenten, roosteraars, medewerkers studentzaken en toetsbalie, jaarcoördinator, onderwijsmanager, onderwijskundige, ondersteuner digitalisering, managementondersteuners. Onderwijs wordt namelijk door al deze mensen gemaakt. In een gezamenlijke bijeenkomst bespreek je met elkaar wat je wilt onderzoeken. Daarna volgen gesprekken per onderdeel of module. Alle betrokkenen denken ter voorbereiding na over hun rol en aandeel in het hele proces, van ontwikkeling tot en met uitvoering. In het gesprek focussen we op de leeruitkomsten van de student, wat een ieder daaraan heeft kunnen bijdragen en wat een ieder nog had willen zien en/of doen. Dat leidt tot een aantal persoonlijke (leer-)doelen en acties waarmee je direct kunt starten.
Na de verschillende gesprekken is er weer een gezamenlijke bijeenkomst om af te stemmen over acties en (leer-)uitkomsten die faculteits- of hogeschoolbreed opgepakt moeten worden. Ook daar verbindt iemand zijn naam aan.

Dat klinkt als toekomstmuziek. Al die mensen bij elkaar? Hoe organiseer je dat? Maar als we het willen, kan het lukken. We hebben nu geoefend. Met een kleine groep, maar we hebben ervaren hoe het evalueren ook kan. Een mooi voorbeeld is de groep Basisgespreksvaardigheden. Lang niet alles liep goed tijdens de ontwikkeling en uitvoering van deze pilot. Maar het werd geen bijeenkomst van jij-bakken en vinger wijzen. De aanwezigen keken naar hun eigen rol en gedrag. Daardoor werd duidelijk, waar er niet goed samengewerkt was en wat ieder daarvan te leren had. Maar ook wat wel goed gegaan was en waar ze trots op konden zijn. De uitkomst? De docenten zijn heel gemotiveerd om de verbeteringen, die ze helder voor ogen hebben, uit te voeren. Ze gaan er een echt mooie module van maken én hun collega’s meenemen in de uitvoering

Hoe het zou kunnen worden…
Lerend evalueren heeft mij geleerd dat je inderdaad de beste evaluatievragen maakt als je zelf betrokken bent. En dat het gemakkelijker is om je onderwijs beter te maken als je er samen met alle betrokkenen op terugkijkt.
Mijn droom is dat we volgend jaar in ieder geval één keer samen met roostermakers, ict-ondersteuners, managers, docenten, studenten en alle andere betrokkenen op deze manier een periode evalueren. Dan zijn we echt een leergemeenschap.

Cilia Born

Om je meer te verdiepen:

Royal Haskoning SMC. Lerend evalueren. Reflecteren, leren en verbeteren. Strategiereeks nr. 5.

maandag 27 juli 2015

Thuis

Een storm raast over Haarlem. De bloemen van de hosta’s op het balkon waaien om, maar ook twee oude bomen op het Emmaplein. Ik ben weer thuis. Op Schiphol werd ik ontvangen door echtgenoot A., drie kinderen en een schoonzoon. Ze waren opgelucht dat ik het net op tijd gehaald had. Ze bedoelden niet het vliegtuig in Addis, maar de landing op Schiphol.

Fijn als je niets weet van stormverwachtingen en je verlaat op de gezagvoerder die het heeft over ‘quite windy’ en ‘an occasional shower’. Op weg van Frankfurt naar Amsterdam heb ik niets gemerkt van turbulentie. Dus ik ben verbaasd over de opwinding. Die begrijp ik pas als het een uur later inderdaad windkracht 10 is en er op Facebook een filmpje verschijnt van een hachelijke landing op Schiphol. Inderdaad, ik ben net voordat de storm losbrak geland!

Ik ben weer thuis en vertel over Addis, over de laatste dag. Over de eindpresentaties van de negen groepen. Over het enthousiasme waarmee ze probleemgestuurd (PBL) en studentgericht onderwijs willen implementeren in hun faculteiten. Over mijn ontroering als Eskedar, een kleine, tengere, jonge docent, net 8 maanden aan het werk, zegt dat ze mij als een rolmodel ziet en later als ze groot is (haar woorden), net zo wil worden. Over de gepassioneerde woorden van Lemi, die benadrukt dat de rol van de docent niet geminimaliseerd wordt, zoals sommige cursisten suggereren, maar dat die verandert. Dat de docent essentieel is voor de ontwikkeling van studenten, als rolmodel en expert. Dat hij misschien kritisch is en PBL niet omhelst, maar dat hij juist gelooft in zijn waarde als docent en begeleider. Ja, deze bevlogen docenten zijn nodig, juist in een land als Ethiopië, waar nog zoveel moet veranderen. Onderwijs speelt daar een cruciale rol in, onderwijs door docenten die geloven in de potentie van hun leerlingen en studenten. Dat straalt Lemi uit, en hij niet alleen.
 
Daar sta ik voor de klas...
Ik vertel over de uitreiking van de certificaten. Na de presentaties en de evaluatie komt Dr. Haile binnen. Hij vertelt trots dat de minister van Justitie de certificaten komt uitreiken. Ik begrijp dat dit een grote eer is. We zijn ook gepromoveerd: vorig jaar de onderminister, nu de minister himself!
Eerst houdt Dr. Haile een korte toespraak in het Engels. Hij wijst de cursisten op hun rol als verspreiders van de nieuw verworven inzichten. Daarna spreekt de minister in het Amhaars. Ik vermoed dat zijn toespraak ongeveer dezelfde inhoud heeft. Vlak voor dat hij overgaat tot het uitreiken van de certificaten, komen twee cursisten naar voren en fluisteren Dr. Haile iets in. Even druk overleg, waarna de uitreiking volgt. Als Dr. Haile de naam noemt, komt de cursist onder ritmisch geklap naar voren. De minister reikt het certificaat uit, feliciteert en de cursist gaat terug naar zijn plaats. Ik vind het een mooie ceremonie.

Een deel van de groep...
Als alle certificaten zijn uitgereikt, zegt Dr. Haile dat de cursisten mij willen bedanken. De minister overhandigt mij namens hen drie cadeaus. Een traditionele outfit, aangevuld met tas, hes, ketting en armband. Ik moet een deel van de kleding natuurlijk aantrekken. Daar sta ik, voor in de klas, 40 cursisten voor mij die allemaal een foto maken. Ik ben overrompeld door zoveel aandacht, cadeaus en lieve woorden. Ik heb amper gelegenheid om de assessmentformulieren, de uiteindelijke beoordelingen voor hun werk, uit te delen. Ze willen allemaal met mij op de foto, vooral met die traditionele kleding. Door al die drukte lukt het niet meer om een groepsfoto van allemaal te maken. Maar ook dat is niet erg. We hebben net afgesproken om de besloten Facebookpagina te handhaven en daarop ervaringen uit te wisselen. We zullen elkaar niet uit het oog verliezen.