zaterdag 18 juli 2015

En ze kijken...

In Ghion Hotel, het hotel waar ik gedurende mijn verblijf in Addis Abeba logeer, is veel, heel veel personeel. Het schijnt een staatshotel te zijn, misschien is dat de reden dat veel mensen er een werkplek vinden. Dat is mooi.
Als tijdelijke bewoner van het hotel ben ik me bewust van het verschil in bedrijfsvoering vergeleken met westerse hotels. In Nederland zou een dergelijk hotel met zeker een vijfde deel van het personeel ook draaien. Efficiency is hier geen prioriteit. Gelukkig maar, nu hebben veel mensen een baan. Het is alleen de vraag of er werk is voor al die mensen. Vaak staan ze te wachten tot er iets nodig is en dan kijken ze. Bij de ingang, de receptie, in het restaurant.


Voordat je Ghion Park inkomt, moet je langs de bewakers. Meestal zo’n vier à vijf, onder wie een vrouw. Alle auto’s en wandelaars (weinig fietsen in Addis, dat laat je ook wel uit je hoofdJ) worden aangehouden. Onbekenden worden gecontroleerd. Inzittenden moeten uitstappen, tassen moeten open en je wordt gefouilleerd. Mannen door mannen, vrouwen door vrouwen. Omdat ik een hotelgast ben en blank(!), gebeurt dat bij mij niet. Op zondag, als er veel bruiloften zijn in Ghion Park, zijn de vier bewakers wel nodig. Auto’s en wandelaars komen af en aan. Maar door de week is het heel rustig, dan staan en zitten ze rondom het wachtershuisje en de slagboom. Wandelen heen en weer tussen in- en uitgang en kijken. Als je even een wandelingetje gaat maken, als je naar het terras aan de overkant loopt, als je met de taxi aankomt of vertrekt. Ze knikken vriendelijk en kijken.
 
Binnen staan drie à vier (lift-)bedienden...
Voor de ingang van het hotel staan ook bewakers, meestal twee. Onbekenden, vooral Ethiopische onbekenden, worden ook hier weer gefouilleerd, maar gasten niet. Er staat ook een portier buiten, met pet. Binnen staan drie à vier mannen, (lift-) bedienden. Ze dragen koffers, komen helpen als er iets in je kamer niet in orde is, roepen een taxi voor je als je die nodig hebt en ze kijken. Hoe je naar buiten gaat, hoe je de trap oploopt, hoe je naar de lobby loopt. Ze wensen je vriendelijk goedemorgen, -middag, -avond, vragen ‘How are you today?’ en kijken.

In de receptie zijn gewoonlijk twee receptionisten en een kassier, soms meer, want er zijn ook stagiaires. Bij de kassier kun je betalen en de tweede kluissleutel ophalen. Bij de receptionist je sleutel en je kunt natuurlijk van alles aan hen vragen. Ze antwoorden vriendelijk, vragen hoe het met je gaat en of je nog wensen hebt. Soms iets over het weer. En samen met de liftbedienden kijken ze.

In de lobby is ook de bar. Achter, voor en naast de bar, staan gewoonlijk vier of vijf serveersters en obers. Ze staan te wachten. Zodra je zit, komen ze vragen wat je wilt drinken en even later brengen ze het. Ze moeten lachen als je geen suiker en melk in je thee wilt. Achter de bar is ook de kassa. Als je aan tafel wilt afrekenen, krijg je de rekening steevast in een kunstleren mapje. Ook als je alleen maar een klein flesje water hebt gedronken, van 18 birr (= 72 cent) Verder staan ze bij de bar, vriendelijk te lachen en ze kijken. Hoe je drinkt, leest, op je laptop werkt, op je telefoon kijkt, of gewoon maar zit.
 
Bij het kamerscherm staan ze en kijken...
In het restaurant tijdens ontbijt, lunch en diner, staan meestal ook vier à vijf mensen te wachten.
‘s Ochtends noteren ze je kamernummer, ruimen ze tafels af en brengen thee of koffie. Er is een ontbijtbuffet, dus de gasten halen zelf hun eten. Alleen als je bijvoorbeeld een omelet bestelt bij de kok, komt een van hen het brengen. Bij lunch en diner staan ze ook klaar en brengen de kaart, je eten en drinken en de rekening. Drinken en de rekening halen ze op in de bar, ongeveer 30 meter verder. Dan brengen ze hem bij jou in zo’n zelfde mapje. Als je op rekening eet, teken je en mag je gaan. Als je betaalt, brengen ze het mapje naar de kassier in de bar en komen dan weer terug met wisselgeld. Verder staan ze er rustig en kijken. Wat je eet, hoe je eet en drinkt, of je leest terwijl je eet, of praat met je gezelschap.

Ik eet vaak alleen, maar vanavond was ik ook de enige in de eetzaal. Het is er nooit erg druk. Ik was vroeg, want ik had trek. De serveerster schoof een stoel bij waar ik mijn tas op kon zetten, dan hoefde ik niet te bukken. Zo lief! Ze bracht de kaart, wachtte en keek, haalde een flesje water uit de bar, schonk in en keek, samen met de andere twee. Bracht het eten en keek.

Dan zijn er nog de mannen. Ze dragen een uniform of een donker pak. Ze hebben een rol, misschien zijn ze chef, of controleur, of beide. Ik zie ze nooit iets doen, ik zie ze wel kijken.

Alleen de kamerdames hebben altijd werk. Ze poetsen, maken bedden op en wassen. In verhouding zijn er veel minder kamerdames dan ander personeel. Ik zie hen ook nooit staan en kijken.

Als je op je post moet blijven en met meer dan voldoende personeel bent, kun je weinig anders doen dan kijken. Maar het werkt wel een beetje op mijn zenuwen. En ik ben extra alert op mijn gedrag. Doe ik raar als ik zit te werken op mijn laptop? Smak ik? Eet ik te snel? Of juist te langzaam? Is het vreemd als ik bier bestel? Maak ik geluiden als ik zit te lezen? Is het raar als ik neuriënd de trap afloop en opga? (Dat doe ik, merkte ik, omdat ik alert ben:-)

Het zal ze waarschijnlijk een zorg zijn. Ze zijn wel wat gewend in een hotel. Hooguit kunnen ze thuis iets vertellen over een witte, grijze vrouw die altijd neuriet. Zal mij een zorg zijn. Volgende week ben ik weer weg. Maar ik let toch op...

vrijdag 17 juli 2015

Wandeling met bijbedoeling

Ik drentel de hele dag door het lokaal, schuif aan bij groepjes cursisten, ga met de taxi naar het ministerie en zit ’s avonds achter mijn computer. Zo gaat het al een week. Ik heb dringend behoefte aan beweging! Ik stop mijn paraplu in mijn tas en ga. Geen kaart van Addis bij de receptie. Dan maar zelf uitzoeken. Ik wil naar de Piazza lopen, het kloppende hart van de stad. Het is erg rustig vanwege de vrije dag. Geen stank van het verkeer, veel stalletjes en winkeltjes zijn gesloten, maar een perfecte dag voor deze wandeling. En het is steeds nog mooi weer. Een graad of 20-22, zonnig, met af en toe een wolkje, maar zo te zien de komende uren geen regen op komst. Mijn paraplu kan ook parasol zijn. Dat zie ik veel mensen doen.

Ik ben net vijf minuten op weg als een vriendelijke jonge man naast me komt lopen en een praatje begint. Dat ken ik. Dit is een verkoper van het een of ander. Wat zou het zijn? Boeken of cd’s. Voor alle andere zaken doen verkopers niet zoveel moeite. Het kan mij niet schelen. Het is een aardige jongen en ik heb een beetje aanspraak. Als hij hoort dat ik op weg ben naar het centrum, biedt hij aan mij de ‘houses in italian style’ te laten zien, ‘very old and very nice’. Ik vind het prima.
Onderweg vraagt hij van alles en vertelt ook. Hij studeert en wordt na zijn studie leraar. Hij komt uit Gondar, maar woont nu met zijn zus in een pension hier in Addis. We praten over het onderwijs. Als docent in het voortgezet en hoger onderwijs kun je niet zelf kiezen waar je gaat werken. Je wordt gestuurd door het ministerie van onderwijs. Hij gaat daarom proberen op een particuliere school te komen, in Gondar. Daar wil hij graag naar terug en om daar te kunnen werken, heb je het ministerie niet nodig. Dan moet je gewoon goed zijn en dat gaat hij worden. Zo’n type dus, daar kun je een leuke middag mee hebben.

Het centrum van Addis ligt zo’n 3½ km van hotel Ghion, 3½ km klimmen. Maar dan heb ik wel een geweldig uitzicht volgens mijn begeleider, die Daniël heet. Hij nodigt me uit om samen met hem in allerlei traditionele winkeltjes te kijken, dan zal hij wel bemiddelen over de prijs. Doe ik niet. Halverwege de weg omhoog is het duidelijk. Hij verkoopt cd’s, als bijverdienste. Hij kan ervoor zorgen dat ik 2 cd’s kan kopen voor een goede prijs. Goed aangevoeld, dus. Ik begin het te leren.
 
De huizen in 'italian style' zijn inderdaad erg leuk
De huizen in ‘italian style’ zijn inderdaad leuk. Geheel ver-Ethiopied, maar toch herkenbaar aan de balkonnetjes en de vorm. Geen sienna dakpannen, wel ijzeren golfplaten, maar toch. Rondom de Piazza zijn veel goud- en zilverwinkeltjes. Daniël doet ook hier vergeefse moeite me ergens naar binnen te laten gaan. Ik ben niet geïnteresseerd, ik wil lekker lopen en kijken. Veel opmerkingen van de mensen langs de kant. Volgens Daniël over mijn opvallende haarstijl en –kleur. Ik ben de enige blanke die hier loopt en dan ook nog grijs! Dat valt op. Je ziet wel Chinezen. Die zie je overal. Vandaag heb ik tot twee keer toe gehoord dat hun aanwezigheid niet altijd op prijs gesteld wordt. Maar daar is weinig aan te doen. China heeft een flinke vinger in de pap als het gaat om het ontwikkelen van de infrastructuur!
Precies dit uitzicht had ik ook!

Als we de Piazza zo’n beetje helemaal rond zijn gelopen, drinken we iets op een galerij met een fraai uitzicht over de straten. De galerij is een aaneenschakeling van cafeetjes. Daniël neemt een amberbier, dat is zoetig, donker, sterk bier. Ik proef ervan, lekker. Maar ik hou het bij fris. In deze temperatuur en dan nog teruglopen in de zon! Er is alleen cola. Dat drink ik al jaren niet meer. Ik vind het helemaal niet lekker, maar vooruit, het is holiday. En het valt heel erg mee, want ik heb flinke dorst! Terwijl wij daar zitten vertelt Daniël dat hij Italië, geweest is, in Perugia, als illegale bootvluchteling. Het was een vreselijke tijd. Moet ik dat nu geloven of niet? Maakt het uit als hij een verhaal ophangt? Eigenlijk niet, dus ik besluit het te geloven. Hij vertelt dat hij is gaan studeren toen hij terugkwam. Hij ziet dat er dingen veranderen in Ethiopië en daar wil hij aan bijdragen. Hij is het niet echt eens met de regering, maar er is nu verplicht onderwijs vanaf 5 jaar tot ongeveer 16 jaar. Dat is wel hun verdienste. En er is nu relatieve vrijheid. Dat was tijdens het regime van Haile Selassi en de Derg wel anders. Hij vindt dus dat het beter gaat, maar het kost nog veel tijd. ‘Misschien,’ zegt hij, ‘is Nederland nu aan zijn top en groeit de welvaart niet verder. Ethiopië groeit juist heel erg hard. Dan zijn we over tweehonderd jaar eindelijk gelijk!’
 
Achter dit huis begint de traditional neighbourhood
De terugweg loopt door een ‘traditional neighbourhood’. In mijn ogen een krottenwijk, maar dat is niet helemaal waar volgens Daniël. Arm is het wel, er zijn veel arme mensen in Addis. Ik ben veilig, want ik loop met hem, hij is mijn vriend. Er kan mij niets gebeuren. 
Via de hete bron die voor het warme water van Ghion en het Sheraton zorgt, komen we bij de cd-verkoper, om de hoek bij Ghion Hotel. Ik koop twee cd’s en geef Daniël 200 Birr (5 euro) als fooi. Dat is me deze middag wel waard. Veel gezien en er 2 cd’s met Ethiopische muziek en een ‘vriend’ bij.


Een onverwachte vrije dag

Vandaag, vrijdag 17 juli, is het einde van de ramadan. Solan, onze charmante assistente op het ministerie, vertelde dat dan het restaurant daar gesloten is. Waarschijnlijk vanwege het aantal islamitische medewerkers. Hoewel de meeste cursisten koptische christenen zijn, besluiten we een dag vrij te geven. Als de cursisten zowel koffie als lunch zelf moeten regelen, kost hun dat teveel geld. De kleine financiële bijdrage die zij voor het volgen van deze training krijgen is eigenlijk al niet voldoende om hun kost en inwoning voor deze periode te betalen. Niet iedereen heeft een familielid in Addis waar hij 4 weken gratis kan logeren. Vrij dus, met een opdracht, want nu missen we een dag en we hebben een vol programma. Een groepsopdracht die ze uiterlijk zaterdagmiddag naar mij moeten mailen. Dan kan ik er voor maandag feedback op geven.

De cursisten reageren als echte studenten: blije gezichten, duimen omhoog naar elkaar. En –net als echte studenten- proberen ze onder de opdracht uit te komen. “Wij hebben thuis geen internet, alleen hier op het ministerie en dat doet het nu ook niet.” Dat laatste is waar, maar ik reageer als een echte juf: “Ik ben hier tot 15:15 uur. Tot die tijd kunnen jullie de opdracht op flash (usb-stick) inleveren.” Het is op dat moment half twee. Ze gaan als een speer aan het werk. Om 10 over 3 heb ik van acht groepen de opdracht op flash gekregen. De negende groep, groep 2, heeft meer tijd nodig. Zij mailen.

Wat doe je met een onverwachte vrije dag? Uitslapen! Ik heb korte nachten gemaakt tot nu toe. Laat naar bed, omdat er veel voor te bereiden was en ook weer vroeg wakker. Een vol hoofd, roerige ingewanden en de vogels die beginnen te zingen, zorgen er tot nu toe voor dat ik na 5 uur niet echt meer slaap. Maar ook vandaag houd ik het niet langer dan tot kwart over 7 vol. En dan heb ik nog gesmokkeld, want al een half uur gelezen in The Children’s Act van Ian McEwan. Maar rustig starten, de was klaarleggen en het ‘wasformulier’ invullen. Allemaal heel relaxed. Dat doe je alleen op je vrije dag.

Het is zonnig en ik besluit na het ontbijt op het nieuwe terras van het hotel wat te werken. Het is een fijne temperatuur. Het verbaast me dat er niemand zit. De vorige keren was het helemaal vol. Als ik me net geïnstalleerd heb, begrijp ik waarom het zo stil is. De imam schalt door de stad. Het lijkt of hij naast het hotel staat te oreren. Dat niet, hij staat in het voetbalstadion. Daar is een islamitische dienst. Het voetbalstadion is hier hemelsbreed een kilometer vandaan, denk ik. Af en toe hoor je publiek juichen en een omroeper. Gisteren nog hoorde ik publiek en af en toe een omroeper. Spreekkoren en een golf van geluid toen er een doelpunt viel. 
De imam is goed versterkt en tot in de verre omtrek te horen. Hij gaat flink tekeer. Zijn verhaal wordt herhaald door de echo. Misschien is het vervelend als je dit heel vaak hoort en als je het kunt verstaan. Ik vind het bijzonder en ook mooi dat dit kan in een stad waar meer christenen dan moslims wonen. Wel ben ik blij dat dit niet elke dag is en dat je ’s nachts de imam, of de priester van de koptische kerk, wel hoort voorgaan in gebed, maar dat het op een flinke afstand is. Ik word er meestal even wakker van en slaap dan door.

Nu is het weer stil. Veel vogels in de bomen van Ghion park en veel minder getoeter van verkeer op de grote weg vlakbij. Er zijn veel mensen vrij vandaag en de grote VN-conferentie, International Conference on Financing for Development, is ook afgelopen. De wegen zijn weer vrijgegeven. Relatieve rust in de stad.

Ik ga eerst wat onafgemaakt werk voor de hogeschool doen. Daarna aan de wandel, lopen, niet met de taxi. Ik probeer op mijn mobiel een update van de kaart van Addis te downloaden, maar dat wordt een langdurig verhaal. Hopelijk hebben ze bij de receptie ook een papieren kaart. Wel zo handig als het zonnig is, dan zie ik toch bijna niets op mijn telefoon.
Ik heb wel een kaart nodig. Zondag bleek mijn richtinggevoel mij te bedriegen. Ik dacht dat ik een rondje rond het hotel liep, maar ik kwam heel ergens anders uit. Geeft niet, ik heb gewoon dezelfde weg teruggelopen. Maar ik vind het een fijn idee dat ik weet waar ik ben.

Echt een juf, controle houden…

dinsdag 14 juli 2015

Verbinding.



Verbinding

Het zaterdagavond 11 juli 2015. Ver van Nederland schrijf ik dit blog. Hoeveel kilometer is Addis Abeba eigenlijk verwijderd van Haarlem? Dat weet ik niet uit mijn hoofd en ik kan het niet opzoeken, want er is geen verbinding met internet. Gisteren in het vliegtuig heb ik het getal zien staan op het schermpje met vluchtinformatie. Maar ik heb het niet onthouden. Waarom zou ik ook? Het is informatie waar ik zonder kan. Bovendien: als het moet, kan ik het toch opzoeken. Ik heb allerlei apparaten om mij heen: mobiel, laptop, e-reader. Maar ik heb geen verbinding.

Addis is veranderd sinds vorig jaar. De spoorlijn die hoog over de weg en het plein vlakbij Ghion Hotel loopt, is bijna klaar. De enorme bouwput eronder is voor een deel veranderd in een geasfalteerde weg met een breed trottoir. Maar het is nog niet klaar, er wordt nog druk gegraven en gebouwd. Dan wordt er weleens een kabel geraakt. Dat is volgens de ict-meneer van het hotel de reden van de storing. In het weekend wordt er door het telecombedrijf niet gewerkt, dus er is geen internet.

Wat zoek ik op een dag vaak verbinding met de rest van de wereld. Om een plaatje voor in mijn PowerPointpresentatie te zoeken, een what’s-appbericht te sturen, mijn mail te lezen en in Dropbox te kijken. Want daar zou collega Michael de ‘midterm presentations’  inzetten, zodat we die konden bekijken en bespreken. De presentaties staan in zijn mail, maar er is geen verbinding.  Michael stapt op dit moment in het vliegtuig naar Nederland. Morgen kan hij de presentaties vanuit Nederland naar mij doorsturen. Wel een raar idee: vrijdag hebben de cursisten hier in Addis naar Michael gemaild en hij stuurt die mails zondag uit Haarlem weer door naar mij, in Addis. Dat is zó gebeurd als er verbinding is. Misschien heb ik dan nog tijd om ze voor maandag te lezen en feedback te geven.

Verbinding zoek ik in deze stad. Tussen oud en nieuw, natuur en stad, traditie en moderniteit, arm en rijk. Ik zie supermoderne gebouwen met ernaast een kudde schapen, Ghion Park met daarnaast golfplatenhuisjes, vrouwen in nikaab naast meisjes in shorts en high heels, BMW’s naast bedelaars. Het klopt niet in mijn westerse ogen. Maar hier in Addis gebeurt het wel. Op de een of andere manier gaan deze werelden een verbinding aan met elkaar. Mensen leven op dezelfde plek geheel verschillende levens en lijken dat te accepteren. Misschien doe je dat ook wel als je al je tijd nodig hebt om in leven te blijven. Onze cursisten signaleren wel en proberen er op hun manier iets aan te doen. Onderwijs kan hierbij een machtig wapen zijn. Zoals Malala zijn: Een boek, een schrift, een pen is genoeg om verandering te brengen

Verbinding voel ik met Bihian, die eigenlijk Wendewossen heet. Hij haalt ons op in een 50 jaar oude Kever, met de originele, wel wat roestige, lak. Hij heeft dat geregeld met een vriend, want zijn eigen auto is in de garage. Dit is het derde jaar dat hij ons rijdt. Hij is niet alleen onze taxichauffeur, hij is een vriend. Gelukkig kunnen we dit jaar iets gemakkelijker met elkaar praten, want samen met een aantal vrienden en familieleden geven we maandelijks geld voor zijn cursus Engels. Hij is net gepromoveerd naar Elementary III.

We lunchen met z’n drieën in Bata, een traditioneel restaurant in alweer zo’n prachtig park. We laten als echte toeristen foto’s maken. Hoe krijgen we die nu? Na betaling zet de fotograaf ze op een usb-stick. Daar lopen we niet mee op zak als we gaan lunchen:-) Maar Wendewossen heeft een usb-stick met muziek voor in de auto. De fotograaf zet er de foto’s op. Michael neemt hem mee en zet de foto’s over op zijn computer en op een andere usb-stick. Die krijg ik, Wendewossen krijgt de andere terug. Ik zet ze ook weer op mijn computer. En in dit blog. Zo maken we toch verbinding.

Het is zondagochtend. Ik zit op het nieuwe terras van Ghion Hotel, met uitzicht op het park. Veel vogels en zeker vier nationaliteiten op het terras. Ik zet de foto’s van gisteren op mijn laptop. En plaats er een in dit blog. Je ziet hem hier. Tenminste als je verbinding hebt… Dat lukt nu, op dinsdag.