vrijdag 4 oktober 2019

Lunch


Omdat er in het trainingscentrum geen restaurant is, gaan we voor de lunch naar Adama centrum. Voor de deelnemers staat de bus klaar en voor mij en Mr. Noh is er een SUV. Verschil moet er zijn! Ik heb me erbij neergelegd dat ik dat kan veranderen. Iedereen vindt het de normaalste zaak van de wereld dat het zo gaat. De enige keer dat er echt geen auto beschikbaar was en we mee reden in de bus, waren de deelnemers in alle staten. Dat hadden ze nog nooit meegemaakt.

Chiro met Hawi en Noh
In deze twee weken heb ik van alle keren dat ik in Ethiopië was het meest geleerd over het eten. En ook de lekkerste gerechten geproefd. Dat komt door Mr.Noh. Hij is niet alleen mijn beschermengel, degene die me meeneemt naar festiviteiten, de omgeving laat zien. Die zorgt dat de beamer ’s ochtends weer klaarstaat en dat de presentielijst getekend wordt. Hij zorgt er ook voor dat we elke middag een heerlijke maaltijd genieten. Noh is zelf een enorme genieter. Hij houdt van lekker eten en weet precies welke specialiteit een restaurant heeft. Hij is aan de dikke kant en daar wordt hij vaak mee geplaagd, maar hij trekt zich er niet echt iets van aan. Hij is gewoon een liefhebber. 
 Wat heel fijn is: Noh kent alle serveersters en pakt ze in met zijn charme. 
Dat legt ons geen windeieren, want ze doen echt hun best om ons iets lekkers voor te zetten.

Elke dag is het weer een verrassing waar we naartoe gaan. Als we zijn ingestapt, zegt hij bijvoorbeeld: “Miss Cilia, do you know chiro?” In dit geval zeg ik: “Yes, I took it last evening in the hotel. I liked it.” “OK, then we are going to eat a much better one!” Hij dirigeert de chauffeur naar een zijstraat waar achter een shabby schutting een mooi restaurant ligt. Voor we gaan eten, wassen we onze handen. Dat is namelijk ons eetgereedschap! Iedere gast gaat voor hij gaan eten naar de wasruimte om handen te wassen.

Noh mengt de kaas door de kitfo
Chiro bestaat uit injera (de nationale pannenkoek gemaakt van tef) met daarin verschillende sausen op basis van kikkererwten. Daar maken ze in dit restaurant heerlijke variaties op. Soms gelardeerd met gevulde groene pepers, dan weer met gestoofde kool, wortel en sla, of hardgekookt ei en wat vlees.  Op woensdag en vrijdag eten we vegetarisch omdat het een vastendag is voor orthodoxe christenen. Dat is geen straf, want chiro heeft helemaal geen vlees nodig. Noh eet er flink van en moedigt mij aan dat ook te doen. Ik eet echt veel, maar hij dringt aan om toch vooral nog meer te nemen, minstens nog drie happen ;-)
Naast chiro, dat veel gegeten wordt, eten we ook een paar keer kitfo. Rauw rundvlees dat gemengd wordt met verse kaas. Er wordt een scherpe peper bij geserveerd en natuurlijk injera. Noh raadt aan de peper maar niet te nemen. Ik probeer een klein tipje en geef hem gelijk. Deze kitfo kunnen we eten, omdat Noh heel zeker weet dat ze vers is. Het is erg lekker, veel smakelijker dan de carpaccio die wij in Nederland eten. Tijdens de Meskel festiviteiten, rond 27-28 september, is het traditie kitfo te eten. Het is een geliefd gerecht, maar voor de meeste Ethiopiërs te duur. Tijdens Meskel probeert iedereen het toch minstens één keer te eten.

Mini-bbq met geroosterd geitenvlees
Met Hawi en Noh ga ik ook naar een restaurant dat gespecialiseerd is in geitenvlees. We beginnen met het uitzoeken van het vlees. Er hangen drie geiten aan vleeshaken en er liggen verschillende lappen. Hawi en Noh onderhandelen over vlees en prijs. Dan gaan we zitten en even later wordt er een stoofgerecht met geitenvlees en groente geserveerd. Heerlijk zacht gekruid. Natuurlijk eten we dat met injera. Daarna komt er een mini-bbq’tje met geroosterd geitenvlees en peper. Ongelooflijk lekker!

Elke maaltijd sluiten we af met koffie, altijd gezet op de Ethiopische manier, Noh vindt machinekoffie niet te pruimen! Soms in het restaurant, soms bij een van de kleine koffietentjes langs de straat.
Dan belt Noh de chauffeur en rijden we terug naar het trainingscentrum. De deelnemers zijn ondertussen ook weer gearriveerd. Na een pauze van twee uur nu eerst even een energizer, want van al dat lekkere eten word je wel een beetje sloom. Dan werken we door tot 4 uur. Tijd voor thee, koffie en lekkers!

woensdag 2 oktober 2019

Aannames




Vandaag staan het ondersteunen van het leerproces en feedback geven centraal. Eerst hebben we in een interactief college herhaald wat de deelnemers over dit onderwerp al behandeld hebben met collega Michael. Ook hebben we de feedbackregels besproken. De belangrijkste zijn: benoem wat je hebt waargenomen, doe dat in de vorm van een ik-boodschap. Geef feedback op basis van de leeruitkomsten en beperk het aantal feedbackpunten. Begin met een positieve boodschap en dan de opbouwende kritische.

Daarna hebben de deelnemers in de projectgroepen nagedacht over de manier waarop ze feedback en ondersteuning gaan geven in hun module. Het is gemakkelijk om op te schrijven ‘trainer geeft ondersteuning’ of ‘projectgroepen geven elkaar feedback’, maar hoe denken ze dit te gaan aanpakken. Het zo concreet maken vinden de meeste deelnemers echt moeilijk. Daarom gaan we na de koffiepauze oefenen in een rollenspel.

Voordat we naar het café gaan, leg ik uit wat we gaan doen en hoe we het organiseren: groepjes van drie, een feedbackgever, een feedbackontvanger en een observant. Elke groep krijgt drie casus, ze wisselen na elke ronde van rol. Zo kan iedereen elke rol een keer oefenen. Voordat we de zaal uitgaan, zetten we alvast de stoelen klaar in driehoeken. Zonder tafel ertussen, dus even weg van de veilige borstwering die een tafel meestal is. Maar dat vind ik belangrijk om het contact open te houden. Dat leg ik uit door hen te herinneren aan wat we gisteren hebben behandeld in het kader van emotionele intelligentie.

Na de koffie dirigeer ik iedereen naar zijn groep en leg nogmaals de bedoeling uit. Daarna vraag ik van iedere groep iemand om de casus bij mij op te halen. En dan begint het.
Ik heb elke casus verdeeld in twee rollen: een voor de feedbackgever, bijv. Mr. Tesfaye en een voor de feedbackontvanger, bijv. Miss Kuri. In de uitleg benadruk ik dat je alleen je eigen rolbeschrijving leest. Dan weet je net als in het echt niet precies wat de ander denkt en wat er misschien nog meer speelt dan dat wat je hebt geobserveerd. Maar uit het geroezemoes, het vol onbegrip naar de casus staren, het gezamenlijk hardop lezen van beide casussen begrijp ik dat het niet duidelijk is. Eerst probeer ik het per groep nog een keer duidelijk te maken, het blijft nu eenmaal moeilijk om de opdracht in het Engels helemaal goed te begrijpen. Maar dat gaat echt te veel tijd kosten. Dan komt er van deze oefening echt niets terecht! Gelukkig vraag ik bij de tweede groep: “Hebben jullie dit wel eens eerder gedaan?” “Nee,” is het antwoord. Aha, dat verklaart alles.

 Ik ren naar voren (dat alleen is al reden voor hilariteit) en vraag Shambel en Lamessa om mij te assisteren. Voor de groep spelen we het op mijn aanwijzingen helemaal voor. We verdelen de rollen, Ik ben de feedbackgever, Shambel is de ontvanger en Lamessa is de observant. Dan lezen we ieder in stilte onze eigen rol. Dan start ik het gesprek als trainer Miss Ferida. Het duurt even voordat Shambel de smaak te pakken heeft. Maar steeds meer durft hij de rol van Mr. Kedir aan te nemen. Ik rond het gesprek af en vraag Lamessa om feedback te geven op de punten die we hebben vastgesteld. Dat doet hij. Zo, nu zijn we klaar en wisselen we van rol. Applaus van de groep ;-)
Ik vraag of het nu duidelijk is. Opgelucht geknik. “OK, off we go!!!”
Tot over twaalven zijn alle groepen druk bezig. Gelukkig wordt er af en toe ook hartelijk gelachen. Ik versta er niets van, want natuurlijk doen ze deze oefening in het Oromo. En met hart en ziel, dat kan ik zien!!

Ongeveer twee keer per dag benadruk ik hoe belangrijk het is om te onderzoeken wat de beginsituatie is: wat weten en kunnen de deelnemers van je training al en wat niet. Hou daar rekening mee en sluit daarbij aan, houd ik hen voor. Bijna hamer ik op de tafel met dat bekende, belerende vingertje. Laat ik dat nu net met deze oefening niet gedaan hebben!!!

Van bovenaf gezien
Als afsluiting blik ik terug op deze sessie. Ik vertel waarom het fout ging: mijn aanname dat dit een bekende werkwijze is in trainingen, dus dat zij dat allemaal wel zouden weten. Niet dus!!
Als we naar de bus lopen, vertellen verschillende deelnemers dat ze hier heel veel van geleerd hebben en dat ze het zo fijn vonden dat het in het Oromo kon. Een deelnemer verbaast zich dat ik dat goed vind omdat ik dan niet kan controleren of ze het wel goed doen. Ik zeg: “Ik vertrouw erop dat jullie je verantwoordelijkheid nemen. En ik zie dat jullie dat ook doen.”
Ook weer een aanname, maar die koester ik.


dinsdag 1 oktober 2019

Wachten


In Ethiopië leer ik één ding heel goed: wachten. Ik heb een andere verwachting als het gaat om het maken van afspraken. Als ik in Nederland met iemand om 10 uur afspreek, dan zijn we er allebei om 10 uur. Meestal zijn we er iets eerder, want je weet maar nooit... Als het niet lukt om er op tijd te zijn, sturen we een berichtje of we bellen.

Dat is heel anders in Ethiopië. Onze training start om half negen ‘s ochtends. Tot nu zijn er om die tijd niet meer dan twee à drie deelnemers aanwezig. Gedurende het eerste half uur à uur druppelen de anderen langzaam binnen. Niemand excuseert zich. Voor hun gevoel is dat ook niet nodig, ze zijn er nu toch!

Na elke pauze gebeurt hetzelfde. Een deel van de groep gaat uit het café waar we koffiedrinken direct naar onze trainingsruimte, maar de rest neemt de tijd, loopt nog een rondje door de tuin, praat wat met collega’s en komt dan rustig naar boven. Natuurlijk hebben zowel Michael als ik hier het nodige over gezegd, maar dat helpt niet echt. 
Meestal begin ik met de training als ongeveer de helft van de groep er is, zo’n 20 man/vrouw. De laatkomers moeten maar zien hoe ze de gemiste informatie verkrijgen. Hoewel ik er steeds beter mee om kan gaan, kost het me moeite om niet geïrriteerd te raken. Volgens mij helpt dat in ieder geval niet. Net zo goed als wij onze trainees niet kunnen veranderen in vier weken tijd, moet ik ook accepteren dat ik in deze twee weken niet verander.

Vandaag is er geen training vanwege de festiviteiten voor Meskel. Op dit moment zit ik in de hal van het hotel te wachten op Medhalit, zij is een van de deelnemers en heeft me uitgenodigd om naar de Adama Merkato (markt) te gaan en daarna bij haar thuis te lunchen. Ze zou er om 10 uur zijn. Het is nu kwart voor 11. Ik kan haar niet bereiken en twijfel nu of ik Noh zal bellen of toch nog even zal wachten.

Tegelijkertijd zit in de lobby een groep Ethiopiërs te wachten. Kennelijk gaat er een ceremonie plaatsvinden, want ze dragen de traditionele witte kledij versierd met rood-gouden borduursel. De ober vertelt dat het een opleiding is en dat dit studenten zijn die iets gaan presenteren.
De groep wacht ook al drie kwartier. Er lopen mensen van de organisatie heen en weer en er wordt gebeld. Maar de groep zit stil en rustig te wachten. Ik stel me voor wat er zou gebeuren in een groep Nederlanders. Ik vermoed dat er gemorrel zou ontstaan en dat een paar aanwezigen zich ermee zouden gaan bemoeien: suggesties doen aan de organisatoren, medestanders vinden om iets te ondernemen, de directie erbij halen. Maar rustig wachten, nee, dat lijkt me onwaarschijnlijk.

Ondertussen zit ik hier al bijna een uur zonder me druk te maken. Kijk, dat heb ik dan weer geleerd.

Nawoord
Overigens heb ik toch Noh even laten bellen. Hij vertelde dat Medhalit lang moest wachten op een auto met chauffeur. Uiteindelijk kwam die niet en is ze me met duizend excuses komen ophalen met een bajaj. Inderdaad is Medhalit altijd als een van de eersten present. Dat dit nu net haar moest overkomen!


zondag 29 september 2019

En nu in de praktijk!


Na 2 weken training presenteren de projectgroepen hun proposals tijdens de midterm presentations. Omdat ik nu een paar dagen eerder in Ethiopië ben, kan ik deze presentaties meemaken. Dat geeft me een beter inzicht in hun bedoelingen en vorderingen dan alleen een schriftelijk voorstel.

In mijn eigen woorden is opdracht aan de deelnemers.
Ontwerp met je projectgroep een training over een complex juridisch probleem voor professionals uit het juridisch domein. In de training die je ontwerpt maak je gebruik van de leertheorieën en -praktijken die je tijdens de training hebt ervaren. Je levert als groep een handleiding op voor zowel deelnemers als toekomstige trainers.

Het is de bedoeling dat de groepen een training ontwerpen waarin de deelnemers actief kennis verwerven en met elkaar delen en dat ze al doende ook stappen zetten in de oplossing van het gegeven probleem. Dat is complex voor de trainers. In het trainingsontwerp moeten zij laten zien dat ze hun trainees kunnen stimuleren om niet alleen braaf naar de lezingen te luisteren, maar zelf op zoek te gaan naar kennis. Ook zullen ze hun trainees niet meer bij de hand nemen en naar een oplossing leiden. Nee, ze geven de opdrachten op een zodanige manier dat de trainees zélf uitzoeken wat werkt en wat nodig is om het probleem op te lossen.

Een heel andere manier van werken dan deze trainers gewend zijn. De meesten zijn én een juridisch professional én trainer van hun collega’s. Maar trainen betekent voor hen: college geven. Nu gaat het om meer en andere werkvormen. En om een andere houding van de trainer.
 In de afgelopen twee weken hebben ze veel geleerd over het belang van actief leren, van het langzaam overgaan van de ene manier van werken naar de andere. Van instructie en college geven naar werkwijzen die de deelnemers diep aan het denken zetten. Van luisteren naar de trainer naar het zelf ervaren, denken en doen. Wij hebben onze training zo ingericht dat zij kunnen ervaren wat dat in de praktijk betekent: Practice as you preach!!

Tijdens de presentaties merk ik wat zij hiervan hebben opgepikt. In hun voorstellen mikken ze allemaal op geheel zelfsturende deelnemers in goed functionerende projectgroepen die ook nog eens werken en denken op een hoog abstractieniveau. Hier zie ik wat er nog vaak gebeurt: onze deelnemers doen wat ze denken dat wij trainers willen zien. Ze vinden het moeilijk om hun eigen plan te trekken en voor een meer realistischer optie te kiezen. Terwijl een dergelijke opzet van een training gedoemd is te mislukken. Als het ons met zeer gemotiveerde trainers al heel moeilijk is om in 4 weken een dergelijke verandering teweeg te brengen. Hoe kunnen zij dat dan verlangen van hun onervaren trainees?
Hier speelt de Ethiopische cultuur een grote rol: als deelnemer aan een training doe je er alles aan om de trainer tevreden te stellen. Voor hen is het moeilijk te begrijpen dat je iets anders doet dan de trainer zegt. Dus als Michael zegt: ”You have to be ambitious on the learning outcomes.” dan mikken zij op het hoogste niveau, ook al is dat absoluut onrealistisch.

Dat balanceren tussen de verschillende perspectieven en culturen maakt het trainen zo interessant. Ik kom steeds weer voor verrassingen te staan. Een van de belangrijkste voorwaarden voor leren is het gevoel van veiligheid. Daarmee bedoel ik dat de deelnemers zich kunnen vergissen, fouten kunnen maken, dat we daar met elkaar om kunnen lachen en ervan kunnen leren. Alle deelnemers zijn vriendelijk, voorkomend en respectvol tegen mij. Maar écht vrij voelen zij zich niet. Nog niet, hoop ik. Misschien wordt het in de loop van de week beter, want we gaan echt oefenen. Om daarvan te kunnen leren, is het belangrijk dat je je vrij en zeker voelt.

Carpe-Diemsessie
 Op mijn eerste maandag zijn de instructies van mijn kant nog behoorlijk strak, maar de werkvorm is helemaal nieuw voor hen: het concreet maken van hun training in een aangepaste Carpe-Diemsessie. Kort gezegd komt het erop neer dat ze een ‘levende blauwdruk’ maken. We gebruiken daarvoor verschillende kleuren post-its, viltstiften en een groot vel papier. Ik probeer het zo duidelijk mogelijk uit te leggen, iedereen knikt vriendelijk, maar ik zie onbegrip in hun ogen. Maar er komt slechts één vraag. Die beantwoord ik en weer knikt iedereen vriendelijk op mijn vraag of het duidelijk is. Maar dat is het natuurlijk helemaal niet blijkt als ze allemaal hun materiaal hebben! Dus ik leg het in alle groepen nog eens uit. Eén groep heeft het direct begrepen en is al druk bezig. Als ik uitroep: “Oh, I love you!!!” moet iedereen heel erg lachen. Ik vraag aan de groep te laten zien wat zij aan het doen zijn en het nog eens uit te leggen in het Oromo, de taal van dit gebied. Uiteindelijk gaat iedereen aan de slag. Na 2 uur hebben ze hun levende blauwdruk klaar én begrepen hoe ze dit de komende weken kunnen gaan gebruiken.

Ik merk dat het de deelnemers veel energie kost om deze verandering door te maken. Ze willen het heel graag, maar lopen op tegen alle vaste patronen en aannames over leren en trainen die ze in de loop van hun leven hebben opgebouwd. Daarnaast is het volgen van de training in het Engels een extra handicap. Ze hebben allemaal 3 talen: Oromo, de taal van deze regio en Amharic, de officiële landstaal. En dan Engels, de taal van de universiteit. De meesten spreken echter bijna nooit Engels, dus we vragen veel van hen. Daarin staan we gelijk, want ik vind het soms moeilijk om me echt goed uit te drukken in het Engels. Dat benadruk ik dan maar. Het helpt hen een beetje om steeds te spiegelen: dit is wat ik nu met jullie doe en op deze manier kun je het met jullie eigen trainees doen. Bijvoorbeeld trainees die de opdracht snel begrijpen laten uitleggen wat de bedoeling is. Het blijft leren met vallen en opstaan, voor hen en voor mij.