donderdag 25 juli 2013

Peer assesment

In de koffiepauze komen er weer een paar cursisten met hun USB-stick. Ze vragen of ik de Ppt-presentatie op hun stick wil zetten. Dropbox en iCloud zijn een brug te ver hier. Als het klaar is, loop ik naar de kantine. Bij de koffie krijg ik twee dikke witte boterhammen met pindakaas. Lekker! Ik sluit aan bij twee cursisten uit het oosten van Ethiopië. Ze werken bij een juridisch trainings- en onderzoekscentrum en vertellen in moeizaam Engels en met een enorm accent iets over hun werk. Hun passieve kennis van het Engels is goed, maar ze zijn niet gewend om Engels te spréken. Dat is in hun werk niet nodig. Net als bij mij. Ik moet ook regelmatig naar woorden zoeken. Bij sommige cursisten is dat wel anders. Die spreken vloeiend Engels. Een aantal van hen heeft in het buitenland gestudeerd of stage gelopen.

Voor het tweede deel van de ochtend heb ik een workshop voorbereid. De cursisten gaan in hun projectgroep een van de ‘learning outcomes’ reviseren m.b.v. een van de taxonomieën die we voor de pauze besproken hebben. Daarna kiezen ze er een passende assessmentvorm bij én schrijven ze de opdracht daarvoor.
Vragen, discussies, readers, powerpoints, aantekeningen, de flip-over die net ontstaan is tijdens deel 1, alles wordt ingezet om een goed product te leveren. Ik gun het mijn collega’s van de hogeschool hier eens een kijkje te kunnen nemen. Wat een inzet en betrokkenheid. Er wordt geleerd!

Maar nu komt het: het peer assessment. Bij navraag blijkt dat eigenlijk niemand weet wat dat is! Ik leg het uit en na enige aarzeling vormen ze nieuwe groepen en gaan aan de slag. Ze luisteren goed. Daarna kritische vragen over het didactische concept, niet over de inhoud, het probleem. Dat is nu genoeg bediscussieerd, heb ik net gezegd. Dat vinden ze jammer, zie ik, maar er moet wel een module opgeleverd worden, denk ik streng. Didactiek vinden ze een stuk moeilijker, dus er zijn niet zoveel kritische vragen. Dan de feedback: één top en één tip. Dat is meer dan genoeg. Ik loop langs een groep als er een hard gelach opklinkt. Ik vraag wat er is. Een van de leden vertelt dat er een ‘meningsverschil’ is over de feedback. Een voor een feedback geven of als groep. Daar werd een grap over gemaakt. Een goed teken, ze voelen zich in dit verband kennelijk vrij en veilig genoeg. 

Peer assessment
Aan het eind van de ochtend bespreken we hun ervaringen. “Leuk!”, zeggen ze, “Motiverend!” en “Leerzaam!”  Dat was het ook voor mij. Omdat er veel universitaire docenten en trainers zijn, ging ik ervan uit dat zij wel wisten wat een peer assessment was. Niet zo goed de beginsituatie in kaart gebracht! Maar een complicerende factor is wel dat ze in de plenaire sessies nog niet het achterste van hun tong laten zien. Ik merk aan de vragen tijdens het groepswerk dat ze al die nieuwe informatie nog aan het verwerken zijn. Ook vandaag hebben verschillende groepen iets aan hun module veranderd, omdat ze nu pas echt begrijpen wat de consequenties van hun keuzes zijn. Dat sterkt mij in de gedachte dat ik ze voortdurend moet blijven bevragen, opdat ze zich bewust worden van de kennis die ze opbouwen.


Bihian staat me buiten op te wachten. Tijdens de rit naar het hotel leer ik drie woorden: Salam (Hallo, betekent Vrede én is de naam van zijn dochter!), AmesegInalehu (spreek uit: ammeseggenalu = Dank je) en nege  (spreek uit: nègè = morgen).
"Alleen toegankelijk voor hotelgasten" in het Amhaars

dinsdag 23 juli 2013

Terrasje

De hele nacht giet het van de lucht. Ik word af en toe wakker van een bliksemschicht en steeds hoor ik een gestaag vallende regen. En het wordt ook ’s ochtends niet minder. Gelukkig komt Bihian mij ophalen. Bij het ministerie mag ik naar binnen zonder gefouilleerd te worden. Is dat omdat het regent of omdat ze me kennen? Dat zal ik morgen merken.

Dankzij een combinatie van tips van internet, collega Michael en echtgenoot André lukt het om laptop en beamer te verbinden én de PowerPoint op het beeldscherm te krijgen. Dat is al een beter begin dan gisteren! Vandaag gaat het over assessment. Ik begin met een quiz. Drie vragen om te kijken wat er al bekend is over dit onderwerp. Dat is weinig. Niet zo vreemd. De groep bestaat uit docenten en trainers van juridische faculteiten en trainingscentra, maar ook uit openbaar aanklagers en advocaten. Logisch dat die vreemd opkijken bij termen als ‘formatief’ en ‘summatief’. Dus toch een kort college over deze begrippen, het belang van feedback tijdens het leerproces en een consistent programma van intended learning outcomes tot en met assessment. Als voorbeeld van een niet zo gelukkige combinatie noem ik de training gespreksvoering die getoetst wordt met een meerkeuzetoets. Er wordt begrijpend geknikt en gelachen!

Na de koffiepauze gaan de groepen verder met hun opdracht, het ontwerpen van een module. Ik ga langs alle groepen om de feedback die ze van mij en collega Michael gekregen hebben, toe te lichten en vragen te beantwoorden. De workshop van gisteren en het college over assessment hebben nieuwe vragen opgeroepen over hun ‘proposals’. Dat is goed: nu gaat het niet meer over het inhoudelijke probleem, maar ligt de nadruk op de didactiek. Leuk om te merken dat verschillende groepen vragen stellen bij hun eigen keuzes. Het lijkt erop dat ze beter begrijpen waar het over gaat en als gevolg daarvan kritischer zijn op hun eerdere werk. Het is plotseling ook ‘in’ om te starten met een quiz! J

Als ik naar het hotel ga, is het droog en aangenaam weer. Ik leg mijn spullen op de kamer en loop de stad in. In het Ambassady Park drink ik een traditionele koffie en krijg daar een schaaltje popcorn bij. Bijzondere lunch, maar wel lekker. De dreigende wolken sturen mij richting hotel, maar daar vlakbij hoor ik ineens mijn naam: “Professor Cilia!” Op een terrasje zitten vier cursisten. Zij nodigen mij uit voor een drankje. Natuurlijk ga ik daarop in. Ze stellen zich voor met onuitsprekelijke namen die ze voor mij een beetje inkorten: Thekele (spreek uit Tekle, eigenlijk is zijn naam veel langer, maar daar beginnen ze al niet aan). Dan zijn er nog Sintayehu (Sintaju), Mehretab en Bahre. Zij vragen mij het hemd van het lijf over Holland, mijn familie en mijn werk. Ja, dan moeten ze zelf natuurlijk ook vertellen waar ze vandaan komen, of ze kinderen hebben en wat hun werk is. Ik blijk met drie jonge vaders aan tafel te zitten. Dat schept een band. Ik neem een koffie zonder suiker. Onbegrijpelijk, vinden ze. Maar net op het andere terras was de traditionele koffie al gezoet. Dat is genoeg voor iemand die al 33 jaar koffie zonder suiker drinkt!

Regelmatig komen er verkopers langs de tafel. De mannen kijken wel even als er dvd’s of boeken worden aangeboden. De derde keer blijkt er een Engelse vertaling bij te zitten van een controversieel boek van een Ethiopische schrijver: Dertogada van Yismake Worku. Sintaheyu vertelt erover, hij heeft het al in het Amhaars gelezen. Ik merk dat hij aan het afdingen is. Dan zegt hij: “Ik geef u het boek cadeau! Ik heb het voor twee derde van de prijs die op het boek staat!” To Professor Cilia Born from Sintaheyu Demeke, schrijft hij erin.  


De rest van de middag werk ik aan het programma voor morgen. Ik ga eten in het Ethiopische restaurant van hotel Ghion. Ik krijg een enorme schaal injera met verschillende sausen. De saus met pens beveelt de ober speciaal aan. Een echte lekkernij! Nou, daar zijn de meningen over verdeeld.
Zo'n enorme schaal krijg ik niet op. Daar schaam ik me wel over, in dit arme land, maar het is echt teveel. Ik geniet van koffie met muziek en dans. Dan is het genoeg voor vandaag. Ik ga lezen.

maandag 22 juli 2013

Verrassing

Op alles voorbereid, dacht ik. Literatuur gelezen, powerpoint gemaakt, opdracht uitgewerkt voor de workshop. Alle materiaal op bureaublad, Dropbox én stick. Snoeren, verloopstukjes, opladers bij me. En toen waren de ‘Arrangements’ verdwenen uit Systeemvoorkeuren! Dus was er wel verbinding met de beamer, maar zag je de presentatie niet op het scherm. Ik had al snel op een forum een vergelijkbaar probleem gevonden, maar de voorgestelde oplossing hielp niet. Arrangements bleef weg en het beeldscherm bleef staan op Universe (Apple-achtergrond). De ijlings opgeroepen IT-specialist kon ook niet helpen.

Daar ging mijn goede start! De cursisten waren er praktisch allemaal. Het was over negenen. Ik zei tegen ato Adissu, dat we maar moesten starten. Als baas van het scholingsprogramma van het ministerie zou hij mij introduceren. Hij hield zijn praatje, ondertussen stelde een cursist zijn notebook ter beschikking en kon ik via mijn USB-stick (dat dan weer wel!) de presentatie starten.

Het begin verliep wat stroef, ik was toch gestrest en moest ook wennen aan de laptop. Vijfenveertig donkere gezichten keken mij afwachtend aan: eerst maar eens wat laten zien! Maar toen ze na een tijdje de opdracht kregen te buzzen over hoe hun project zou bijdragen aan capacity building werd er druk gediscussieerd! In ieder geval waren ze actief!

Na de pauze –ook toen lukte het niet om de beeldschermen te koppelen- spatte, na weer een aarzelend begin, de energie eraf. Opdracht in ronde 1: koppel met je groep het didactische-analysemodel van Van Gelder aan één van de vier velden in het vierveldenmodel van collega Michael. Ronde 2: bediscussieer de twee uitkomsten en combineer het beste van beide tot een poster, lees flip-over. Uiteindelijk waren er vier posters, één voor elk veld. Die werden opgehangen en de cursisten konden nu als bezoekers langs de posters gaan, Zij kregen daar uitleg door twee groepsleden. Ik zag het gebeuren: kritische vragen en pittige discussies. Zo intensief zelfs dat de presentoren vergaten te ruilen. Ik moest ze aansporen om hun taak over te dragen aan twee anderen en zelf rond te gaan. Jammer dat die discussies in klein verband in het Amhaars gaan. Ik zou het graag kunnen volgen. Als ik bij een groep kom staan, schakelen ze heel beleefd over op Engels, maar dan is direct de pit uit de discussie. We hadden geen tijd meer voor uitgebreide feedback op de proposals, wel hebben we een stap gezet naar diep leren!

En nu verder op zoek naar de Arrangements of een andere tip over beeldschermen die verbonden moeten worden, want twee weken presenteren met een geleende Windows laptop gaat ver!



zondag 21 juli 2013

Bihiam

Op mijn eerste echte dag hier in Addis namen collega Michael en Bihiam me mee op een sightseeing tour. Bihiam is ‘onze’ vaste taxichauffeur. Hij rijdt Michael al twee weken en heeft hem begeleid op verschillende toeristische uitjes. Dat gaat hij ook met mij doen. Daarom had ik namens ons wat speelgoed meegenomen voor zijn kinderen.

We gingen naar de nieuwe en oude Holy Trinity Church, koptische kerken. Bihiam is een gelovige kopt, hij vindt het belangrijk dat we deze kerken zien. Hij had ook graag gezien dat Michael het heilige water had gedronken dat uit de bron bij de nieuwe kerk komt. Dat helpt tegen de pijn in zijn rug. Het heeft al mensen genezen, volgens B., maar Michael had geen behoefte.
In de oude kerk vertelde de rondleider over de lange Ethiopische geschiedenis. Ik had veel ervan al gelezen, maar het krijgt een heel andere dimensie als ik iemand het met zo’n intentie vertélt.

Na het bezoek aan de nieuwe kerk reden we langs het huis waar de kinderen van Bihiam wonen. Zij wonen bij hun moeder en haar familie. Hij is net gescheiden. De familie van zijn ex is rijk, volgens B., hij is arm, dat is het probleem. We mochten de cadeautjes buiten het huis aan de kinderen geven. Het was een drukke wijk, vol met kleine winkeltjes en mensen die langs de weg hun waren verkopen. Een wijk met veel Soedanezen, de vrouwen in prachtige gekleurde kleding.

Na het kerkbezoek wilden we koffie drinken, Bihiam nodigde ons uit voor een traditionele koffieceremonie bij hem thuis. Hij wilde ons bedanken. Hij woont in een sloppenwijk. Wij werden uitgenodigd op het erf, eigenlijk meer een steegje, waar vijf huisjes waren. Vrouwen deden de was in grote teilen en Abu, het zusje van Bihiam, was het oventje aan het opstoken. Het huis is niet groter dan 4x2,5m. Bihiam deelt het met zijn zusje van zestien. Een kamer met een kledingkast, koelkast, servieskast, televisie, bedbank waar Bihiam slaapt en een soort bedstede met gordijn voor Abu.

Op een plastic box stond alles klaar voor de koffieceremonie. Eerst werden de bonen geroosterd op een metalen schaal op het houtskooloventje. Dat gaat heel snel. Je ziet ze kleuren en gaat ze ruiken. De rook van de gebrande bonen wuifde Abu naar ons toe, zodat wij van de geur konden genieten. Ook stak ze wierook aan, dat versterkt de geur van de koffie. Buiten ging ze de bonen stampen in een aardewerk pot. Ondertussen kookte water op het oventje. De gestampte bonen deed ze in een pot en goot er water op. We praatten wat met Bihiam. Veel is het niet, want zijn beheersing van het Engels is heel mager. Abu spreekt een beetje Engels, ze leert het op school, maar ze was te verlegen om veel te vertellen.

Bihiam kwam met water en zeep om onze handen te wassen. We kregen injera (dunne pannenkoekjes) met saus. Alles door Abi gemaakt. Toen zij glazen water voor ons neerzette, verwisselde Bihiam die snel en kwam met een fles water aan. Gelukkig, want onze magen zijn niet bestand tegen het water uit de kraan! 
Na de maaltijd serveerde Abu de koffie, in kleine kopjes met veel suiker. Heel sterk, en erg lekker. 
Deze ceremonie herhaalt zich nog twee keer. Elke keer is de koffie slapper, maar dat hoort.

Tijdens de ceremonie brak een onweersbui los. Het goot van de regen. Binnen de kortste keren was het steegje een modderpoel, de was kletsnat. Gelukkig werd het ook weer droog en brak zelfs de zon weer door. Wij namen afscheid van Abu en bedankten haar en Bihiam.

Deze ceremonie kun je op veel plaatsen meemaken, in restaurants en koffiehuizen. Wij genoten ervan bij Abu en Bihiam. Dat ik op mijn eerste dag al zo dichtbij het echte leven van de Ethiopiërs kom, is heel bijzonder en voelt als een voorrecht. En het geeft me een schuldgevoel. Wat een verschil met ons hotel en helemaal met hoe wij leven in Holland.

Hoofd en hart zijn druk. Ik ben aan het leren: omgaan met verschillen, onmacht, onvermogen, schuldgevoel. Het zal lang duren voordat de leereffecten van onze cursus gevolgen hebben voor het leven van de arme mensen hier. Maar ook zij leren, Abu gaat naar school, Bihiam wil Engels leren. Daar kunnen we hem misschien mee helpen. “Eens,” zegt Bihiam, “ben ik een rijk man, dan wonen mijn kinderen bij mij!”  


zaterdag 20 juli 2013

Drie reizen

Het is heel stil op de weg vrijdagochtend rond vier uur. Maar zodra je de afslag naar Schiphol neemt, wordt het druk. Schiphol is een continubedrijf. In deze tijd -en met deze temperatuur-stroomt het op dit tijdstip vol met mensen op slippers. Ze kijken verwachtingsvol op de borden: vertrekt onze vlucht op tijd en van de zelfde gate als op internet stond?

Ik sta met een knoop in mijn maag in de rij voor de incheckbalie van Lufthansa. A. is er gelukkig ook nog even bij. Aan de ene kant leuk, aan de andere kant raar, want meestal staan we hier als we samen op reis gaan. Dan heb je samen de voorpret, samen de ergernis van het wachten en samen de hoopvolle verwachting. Daar hebben we het over in de rij. Het is anders als je alleen op reis gaat. Ook minder leuk. Maar wel spannend, dat heeft ook wat. Een knoop in mijn maag dus. Na het inchecken drinken we een cappuccino en dan nemen we afscheid. Een brok in mijn keel kan er ook nog wel bij!

Schiphol leidt af, dat is fijn. En ik kan overal lezen, dat is ook fijn. Koffie hoef ik niet meer, maar zo tussen twee horecapunten in zit ik prima met mijn boek Dit zijn de namen van Tommy Wieringa. Ondanks de twee verliefden die luidruchtig een spelletje … op reis doen en de dames die vertellen welke jurken ze wel en niet meegenomen hebben, lees ik.

Ik ben al ver weg, afwisselend in een grensstad ergens in de steppe en in een vrachtwagen vol mensen die illegaal een grens oversteken. Die reizen gaan de hele reis naar Ethiopië met mij mee. Als ik over de Adriatische zee vlieg, met een geweldige zicht op Dubrovnik, ontdekt de commissaris dat hij joods is. Als ik over de Middellandse zee vlieg, trekt een groep vluchtelingen, onder wie een Ethiopiër (!), over een oneindige steppe. Tijdens de urenlange vlucht over de woestijn hebben de uitgehongerde overblijvers en de commissaris elkaar ontmoet. In Kartoum zoeken én de vluchtelingen én de commissaris naar hoe zij verder moeten met hun leven en kijk ik hoe hele gezinnen het vliegtuig verlaten op weg naar familie, huis of vakantie. Voordat ik Addis bereik weet ik dat aan het eind van het boek een nieuwe reis begint.


Als ik mijn koffer opgehaald heb en naar de uitgang loop, zie ik Michael enthousiast zwaaien. Nu begint het echt.