woensdag 22 juli 2015

Van torens, hoeden en een muur

Vandaag is het thema van onze training in Addis: Implementation & Change Management. Mekonnen, co-trainer, verzorgt het eerste deel. Ik vind het moedig van hem dat hij start met PBL, probleemgestuurd onderwijs, de methode die wij in deze training centraal stellen. Als probleem heeft hij een korte beschrijving van de implementatie van het hoger onderwijs in Ethiopië gegeven. De cursisten moeten hieruit vragen destilleren die hen aan het denken zetten over implementatie en veranderen. Ze gaan daarna op zoek naar theorieën over dit onderwerp en onderzoeken hoe ze die kunnen toepassen op hun eigen situatie. Dat gaat niet lukken in anderhalf uur. Maar het begin is er, groep 3 noemt een aantal relevante vragen op. Omwille van de tijd neemt Mekonnen het woord en vertelt over de implementatie van de Legal Master op Mekele University. Hij is daar direct bij betrokken. Hij doet het goed, verbindt ook wat theorie aan zijn verhaal. Maar je merkt: ook hij is opgevoed met hoorcolleges en heeft ze zelf gegeven, hierin voelt hij zich senang. Meer dan als begeleider van PBL.
 
De winnaars!
Na de pauze starten we met een energizer. Samenwerken is essentieel als je iets wilt veranderen. Dat is ook het doel van deze energizer. Van tien A4’tjes moet elke groep in tien minuten een toren bouwen. Ze mogen geen hulpmiddelen gebruiken en de toren moet helemaal zelfstandig blijven staan. Ik heb bewust nieuwe groepen gemaakt, van cursisten die elkaar nog niet zo goed kennen. Kijken of goede samenwerking resultaat heeft. Duurzaam als ik ben, heb ik voor deze opdracht blaadjes uit een reader van vorig jaar gescheurd. Die lag nog in de kast van het lokaal. Wij gebruiken hem om de beamer iets op te hogen, maar hiervoor komt hij ook goed van pas.

Grappig om te zien hoe de verschillende groepen het aanpakken. Hier beginnen alle leden tegelijk papier te rollen, vouwen, scheuren. Daar overleggen ze eerst, komen er niet uit en gaan via trial & error aan de slag. Maar de groep die overlegt en naar de capaciteiten van de leden kijkt, wint. Hun toren is het hoogst! Wat waren de succesfactoren? Juist dat: wie is goed in ontwerpen, wie in organiseren en wie gaat werken? Rollen verdelen en aan de slag. Niet je eigen gang gaan, maar naar de organisator luisteren. Mooi voorbeeld van samenwerking, applaus! Maar we klappen ook voor de meest delicate, de meest solide en de meest mislukte.

Hoedjes en een heel verfijnde toren!
Opgewarmd en vol energie beginnen we aan de volgende sessie: ideeën bedenken voor de implementatie van PBL en studentgericht leren op je eigen instituut. De verschillende beroepsgroepen zoeken elkaar op: universitair docenten, trainers en openbaar aanklagers. Hun situaties is min of meer vergelijkbaar. Ik heb gekozen voor de 6 denkende hoeden van Eduard de Bono. Gisteren heb ik negen sets van 6 kaarten gefröbeld. Na een korte uitleg gaan ze aan de slag. De verschillende kleuren hoeden staan voor verschillende perspectieven. Als je een andere kleur hoed opzet, kijk je vanuit een ander perspectief naar de vraag, dat is de metafoor. Wit staat voor feiten, rood voor emoties, geel voor positieven kanten enz. Ik vind het een mooie manier om systematisch naar een oplossing of een werkwijze te zoeken. We zijn vaak geneigd direct naar een oplossing te gaan ‘to jump to conclusions’ zeggen de Engelsen. Maar als je de tijd neemt om de vraag van alle kanten te bekijken, kom je vaak op veel betere ideeën. Dit is geen PBL, omdat het niet de bedoeling is dat je van alles gaat bestuderen, je hoeft geen theorieën te ontdekken of onderzoeken. Je gebruikt je eigen hersencapaciteit en creativiteit door afstand te nemen.

De cursisten willen graag dat er iets gaat veranderen op de instellingen waar zij werken. Ze praten druk en enthousisat. Als klap op de vuurpijl verzamelen we de oplossingen op Padlet, een online middel. In Padlet maak je een muur en iedereen die de link heeft, kan op die muur schrijven. Omdat we even internet hebben, maak ik in de pauze een ‘Implementatiemuur’. Een student die al terug is van de lunch vraag ik het te proberen. Het lukt! Traag, maar het berichtje verschijnt op de muur , die via de beamer ook echt op de muur te zien is. Dat vinden ze spectaculair: je typt iets op je mobiel of je laptop en het verschijnt bijna gelijktijdig op het scherm! Via deze link kom je op de muur en zie je hun probeersels. http://nl.padlet.com/born_c/Implementation


Op één dag met drie nieuwe (leer)-activiteiten en –middelen kennisgemaakt. Ik hoop dat deze kennismaking wordt omgezet in nieuwe kennis waarmee de cursisten uit de voeten kunnen. Als dat lukt, lukt het ook deze middelen en werkwijzen tezijnertijd te implementeren.

  

Emotional Literacy

Vandaag draait de hele dag om het thema ‘Emotional Literacy’ of wel ‘emotionele geletterdheid’. Collega Maraliza heeft dit onderwerp ingebracht in onze training en zij gaf de training over dit onderwerp. Dit jaar is ze er jammer genoeg niet bij. Het onderwerp hebben we gelukkig wel behouden. In de reader en in de map met achtergrondliteratuur staan verschillende artikelen over dit onderwerp. Als het goed is hebben de cursisten deze gelezen. Ik start dus met een groepsopdracht, want ‘Practice what you preach’, dus geen college, maar zelf aan de slag. De opdracht bestaat uit twee vragen: Wat is de kern van emotionele geletterdheid? en Wat is de betekenis van emotionele geletterdheid voor docenten en trainers? Uit de stilte blijkt dat de meeste cursisten weinig tot niets gelezen hebben. Ze moeten een beetje gniffelen als ik ze voorhoud dat ze net echte studenten zijn. Snel en stil lezen ze door. Na een minuut of tien zijn alle groepen druk in gesprek.

In de plenaire bespreking komen alle kernpunten naar voren. Het gaat om het begrijpen van jouw emoties, ermee kunnen omgaan en ze op een passende manier kunnen uiten. Maar niet alleen je eigen emoties, ook die van anderen moet je kunnen her- en erkennen. Op die manier ben je in staat beter te communiceren. Dat is precies de reden waarom we dit uitgebreid aan de orde laten komen in onze training. In Ethiopië zijn wel 80 verschillende culturen. Docenten worden door het ministerie ergens geplaatst. Het is goed dat je je als docent realiseert dat je studenten wellicht anders met emoties omgaan dan jij. Bovendien is het Ethiopische onderwijssysteem behoorlijk hiërarchisch. Er is een afstand tussen docent en student. Wij willen graag dat onze cursisten ervaren dat emotionele geletterdheid helpt en nodig is om de verbinding met de studenten aan te kunnen gaan.

In de literatuur worden zelfbewustzijn, jezelf motiveren, de gevoelens van anderen herkennen en begrijpen, het kunnen omgaan met relaties en de gevoelens van andere mensen als belangrijke kenmerken van emotionele geletterdheid genoemd. Daar besteden we de komende dagen aandacht aan. Vandaag gaat het vooral om zelfbewustzijn, omgaan met je eigen emoties en jezelf motiveren. Vooral de metafoor van de ‘the melting pot’ spreekt aan. The melting pot staat voor  negatieve emoties die een rol spelen in ons handelen. Ze broeien en als je niet uitkijkt komen ze tot het kookpunt en barsten ze uit. Het is dus goed om uitlaatkleppen te hebben. Ik schrijf op ‘biking’ en ik vertel dat ik ga fietsen als iets me teveel wordt en dan langs het strand ga uitwaaien. Volgens mij zien ze dat voor zich. Nu komen er ook andere mogelijkheden: bidden, schreeuwen, drinken, huilen. Marishit zegt met een twinkel in zijn ogen: “Je vriend of vriendin bezoeken.” Er wordt een beetje gegiecheld. Ik schrijf het op en zeg: “Ik denk dat je nog wel iets meer doet dan alleen op bezoek gaan!” Hard gelach. Punt voor mij: ik heb het door! Ik flapte het eruit, maar bedacht me te laat dat dit misschien helemaal niet op prijs gesteld werd. Daar speelt het cultuurverschil echt een rol, ook al zijn dit jonge, hoog opgeleide mensen. Maar het loopt goed af.
The Melting Pot

Hierna wisselen ze in de groepen werkervaringen uit die een emotionele impact op hen gehad hebben. Elke groep kiest er een die ze presenteren. Ik ben geroerd door hun verhalen. Bijzonder hoe zij en wij in de afgelopen weken een veilige leeromgeving gemaakt hebben. Een omgeving waarin je kwetsbaar kunt zijn en een verhaal kunt vertellen over een heel moeilijk en emotioneel moment in je werk als docent.
Er was het verhaal van Tadesse over een botsing met een groep studenten over de toets die te moeilijk zou zijn. Dit werd zelfs een officiële klacht (Rechtenstudenten!). Maar het mooie vond ik vooral de manier waarop Tadesse reflecteerde op zowel zijn rol als die van de studenten. 
Er was het verhaal van Zena die vond dat hij soms heel drifitig had gereageerd als studenten niet deden wat hij wilde. Dat werd beaamd door Kidist die bij hem student geweest was, maar Kidist zei ook dat het verbeterde toen hij wat meer ervaring kreeg. Zena vertelde dat hij had geleerd om tot tien te tellen. Mooi om het verhaal van twee kanten te horen.

Als laatste bracht een groep naar voren dat opvallend veel docenten heel blij werden als het salaris gestort werd. Het was duidelijk, vonden ze, dat geld wel een belangrijke prikkel was voor motivatie en enthousiasme in het werk. Al tijdens de presentatie gingen vier vingers omhoog! Een cursist zegt dat docenten juist intrinsiek gemotiveerd zijn, dat salaris niet belangrijk is, dat zij een hoger doel dienen. Een cursist betoogt dat zij als hoog opgeleiden tot de elite behoren en relatief rijk zijn, maar hij wordt weggelachen. De docentensalarissen zijn ook laag, weet ik. Weer een ander zegt dat de gedachte van die financiële prikkel niet onderzocht en bewezen is en dat ze dat dus niet zomaar kunnen beweren. Weer anderen herkennen en beamen het. Een hot issue. Dat bleek. Na een half uur gaf ik de groep de gelegenheid een laatste opmerking te plaatsen: zij blijven bij hun waarneming. Ik concludeer dat juist in deze discussie blijkt hoe belangrijk is dat je niet alleen je eigen emoties kent, maar ook die van anderen, zodat je kunt weten en begrijpen wat jouw opmerkingen voor effect hebben op anderen. Instemmend geknik.


Daarna ging iedereen aan het werk met zijn eigen module. Ik denk dat ze na afloop van deze dag, in het restaurant nog flink hebben nagepraat…

dinsdag 21 juli 2015

Leren is niet altijd leuk

Mijn deel van het Train the Trainer program is vooral de toepassing van de theorie. De cursisten moeten een module ontwikkelen. Een module die ze echt zouden kunnen geven aan studenten van hun Law School of aan de trainees in hun Professional Training Centre. In de eerste twee weken hebben ze samen met Michael veel theorie doorgewerkt en geprobeerd zich eigen te maken. Over probleemgestuurd onderwijs oftewel Problembased learning, PBL voor ingewijden. Over leertheorieën en paradigma’s, over culturele verschillen en groepsdynamica. Heel veel nieuwe begrippen en concepten.

Tijdens de eerste weken hebben ze ook een professioneel probleem geïdentificeerd dat het onderwerp van de module gaat worden. Er zijn negen groepen geformeerd, rondom pittige problemen. Het gaat van corruptie tot buitenlandse investeringen, van verkrachting binnen het huwelijk tot illegaal verkregen bewijs. Het is de bedoeling dat het onderwijs studentgericht is, bij voorkeur volgens de principes van dat probleemgestuurde leren, waarbij studenten samen in kleine tutorgroepen aan de slag gaan met echte problemen en aan de hand daarvan leren. De docent ondersteunt hen, hij stelt vragen, geeft geen antwoorden.

Aan het eind van week 2 zijn de midterm presentations gehouden. Daarin hebben ze hun probleem beschreven, de onderwijskundige uitgangspunten van hun module en een globale inhoud. De meeste groepen hebben de kern van alle theorie wel begrepen. Ze kunnen het ook wel opschrijven. Toch komen er regelmatig oude concepten en manieren boven drijven. We zien het aan het taalgebruik. Als een groep opschrijft dat zij ‘studenten in staat stellen uit te vinden dat er een verschil is tussen …’ dan bepalen de docenten wat er gebeurt en hoe dit gebeurt. Als ze schrijven dat ‘studenten hebben uitgevonden wat het verschil is tussen…’  dan bepalen de studenten het.

Het is te simpel om dit af te doen als een semantische discussie. Hier gaat het om de kern van semantiek, het betekenis geven aan woorden. En die betekenis is gekleurd door jouw aannames, normen en waarden. Die bepalen de keuze van woorden en laten daardoor zien hoe jij in een situatie staat. Precies het gebruik van ‘in staat stellen uit te vinden’ laat zien dat het concept van studentgericht leren bij de eerste omschrijving nog niet helemaal is ingedaald. Hier is de docent aan het woord, die ervoor zal zorgen dat de studenten het gaan uitvinden.

Het is ook moeilijk. Deze cursisten zijn - net als de meesten van ons - opgegroeid met hoorcolleges. Tot nu toe geven ze hun onderwijs ook in de vorm van hoorcolleges. Natuurlijk kunnen we niet van hen verwachten dat ze dat in twee weken veranderen. Loslaten en veranderen zijn niet de eigenschappen waar wij mensen goed in zijn. Niets veranderlijker dan een mens, behalve als het om loslaten en veranderen gaat.

Wij proberen in onze training te laten zien waar het om gaat. In de eerste weken heeft Michael voorgeleefd hoe je theorie kunt verwerven zonder dat je een hoorcollege krijgt. In deze twee weken ervaren we met z’n allen, cursisten, co-trainer en ik, hoe je dat vormgeeft in je eigen onderwijs. Wat dat van je vraagt als lerende mens. We discussiëren, geven elkaar feedback, heel veel feedback, we proberen, maken fouten, we lachen erom, worden soms een beetje boos en gefrustreerd. 

Leren is niet altijd leuk, leren doet soms pijn. Omdat je moet loslaten waarvan je zeker was. Omdat onzekerheid schuurt en prikkelt. Maar er zijn ook mooie momenten. Momenten van inzicht, van relativering, van samenzijn. Leren is niet altijd leuk, maar als je het lukt de nieuwe inzichten écht van jou te maken, dan weet je weer: Leren is héél leuk!!


maandag 20 juli 2015

Die komt er wel!

Ik loop door de regen naar het hotel. Ik heb weer een deel van de omgeving lopend verkend. Natuurlijk komt er een gezellige jongeman naast mij lopen als ik de oprit van het hotel uitloop. Daar heb ik vandaag geen zin in. Dus na de gebruikelijke openingszinnen zeg ik hem vriendelijk dat ik graag alleen wandel. Hij respecteert dat, zegt hij, want dat doen Ethiopiërs. Gelukkig maar! Bij de volgende hoek nemen we vriendelijk afscheid. Het is warm en zonnig, heerlijk, maar ik heb geleerd voorzichtig te zijn. Op deze hoogte, 2300m, verbrand ik heel snel. Ik steek mijn paraplu op.

Ik heb bedacht dat ik via een grote ronde bij het Ambassador Park uit kan komen, maar ben er niet helemaal zeker van. Voor mij lopen vijf moslimmeisjes. Ik gok dat zij naar de moskee gaan die aan dezelfde weg ligt als Ambassador Park. Als ik hen volg, kom ik er ook. Heb ik het mis, dan loop ik gewoon dezelfde weg weer terug.

Goed gegokt! We komen uit bij de hete bron, vlakbij het park. Ik ga naar binnen –wel eerst gefouilleerd worden- en bestel een traditionele koffie. Dat is niet de hele ceremonie, maar wel die lekker sterke koffie, de wierook, en - bij Ambassador – zoute popcorn. Die smaakt er heerlijk bij. De wierook ruikt zoals die in de kerk, ik vind het lekker.
Lekker sterke koffie, wierook en popcorn...
Overal om mij heen vrolijke mensen. Ik krijg er een zondagmiddaggevoel van. Ineens begint te regenen. Zal ik onder het afdak gaan zitten, naar binnen gaan of teruglopen naar Ghion nu het nog niet met bakken uit de hemel valt? Ik doe het laatste. Ik moet 8 Birr afrekenen, 32 cent. Daar kom ik nog eens voor terug!

Ik loop dus door de regen naar het hotel. De paraplu houdt me wel droog, de echte bui moet nog komen. Bij Ghion is het erg druk. De bruiden en gasten vluchten toeterend weg. Maar er zijn er nog zeker vijf over. Op zondag komen er altijd bruiloften foto’s maken in Ghion Park. Het is ook wel een echte toplocatie. Ik heb ondertussen geleerd dat het een vaste procedure is. Het bruidspaar arriveert in een met boeket versierde limousine. De gasten zijn er al. Zij onthalen de auto zingend en klappend. Het bruidspaar stapt uit en onder voortdurend zingen en klappen, soms met muzikale begeleiding, maken ze een rondgang door het park. Het is één grote foto- en videosessie. Steeds wordt er gestopt en moet het bruidspaar poseren in allerlei kunstzinnige standjes. Afwisselend mogen de ouders, bruidsmeisjes en andere personen erbij. Dat wordt strak geregisseerd door de fotograaf. Een tweede fotograaf maakt ook een hele shoot van de meestal in roze geklede bruidsmeisjes en en hun bruidsjonkers.
Bruidsmeisjes meestal in roze gekleed...
Daar zijn ze zeker een uur mee zoet, dan vertrekken ze. Eerst dansen de gasten nog zeker vijf minuten om de auto met het bruidspaar heen, dan vertrekken ze toeterend om het feest elders te vervolgen.   

Ineens begint het te gieten en te onweren. Ik zoek mijn toevlucht op het terras in het park. Onder het afdak is nog plaats. Een bruidspaar, met bruidsmeisjes, komt ook schuilen. En een klein meisje, van een jaar of zes. Ze komt naast mij zitten en begint te praten. Ik versta haar niet. Ze roept haar oudere zus, die moet vertalen. Hoe ik heet, hoe zij heet: een heel lange naam die ik niet kan herhalen. Wat ik hier doe, wat zij hier doet: kijken naar de bruiden. Waar ik woon, waar zij woont: hier in de stad, ze noemt de wijk, maar ook dat kan ik niet goed verstaan. Wat ik doe, wat zij doet: zij zit ook op school. Of ik ook baby’s heb? Vijf?! Dat vindt ze indrukwekkend! Ik leg maar niet uit hoe het precies zit.
Ondertussen is de hele familie aangeschoven, vader, moeder, nog een oudere zus en een jonger broertje en zusje. Ook vijf baby’s, dus. Dat maakt ze me duidelijk. Ze voert een druk gesprek met vader, zussen en moeder. Dan krijgt ze de mobiel van vader en zegt dat ze een foto wil maken. De hele familie lacht verlegen, misschien gaat ze nu te ver. Maar ik vind het goed, dus er worden verschillende foto’s van ons tweeën gemaakt. Die worden door allemaal bewonderd. Ik vraag of de grote zus ook een foto wil maken met mijn mobiel. Ook die wordt door iedereen bewonderd. Vader en moeder zijn trots op deze bijdehante dame. De grote zussen ook. Het kleine broertje heeft volgens mij de pest in, omdat hij geen aandacht krijgt. Hij loopt stoer een andere kant op, ook al regent het. Als het gaat gieten komt hij terug, maar gaat quasi nonchalant aan het andere eind van het terras staan. Mijn bewonderaarster blijft naast mij zitten en raakt af en toe mijn arm aan. We lachen naar elkaar en ze vraagt wat er ik in mijn mobiel aan het schrijven ben. Ik zeg dat het een dagboek is. Ze kijkt geïnteresseerd mee. Het wordt weer droog. Ze gaan weg. De hele familie geeft een hand, behalve het broertje natuurlijk. Zij als laatste. “Ciao, Cilia,” zegt ze.

Die komt er wel, denk ik, als ze zelfbewust aan de hand van haar vader het park uitloopt.

zaterdag 18 juli 2015

En ze kijken...

In Ghion Hotel, het hotel waar ik gedurende mijn verblijf in Addis Abeba logeer, is veel, heel veel personeel. Het schijnt een staatshotel te zijn, misschien is dat de reden dat veel mensen er een werkplek vinden. Dat is mooi.
Als tijdelijke bewoner van het hotel ben ik me bewust van het verschil in bedrijfsvoering vergeleken met westerse hotels. In Nederland zou een dergelijk hotel met zeker een vijfde deel van het personeel ook draaien. Efficiency is hier geen prioriteit. Gelukkig maar, nu hebben veel mensen een baan. Het is alleen de vraag of er werk is voor al die mensen. Vaak staan ze te wachten tot er iets nodig is en dan kijken ze. Bij de ingang, de receptie, in het restaurant.


Voordat je Ghion Park inkomt, moet je langs de bewakers. Meestal zo’n vier à vijf, onder wie een vrouw. Alle auto’s en wandelaars (weinig fietsen in Addis, dat laat je ook wel uit je hoofdJ) worden aangehouden. Onbekenden worden gecontroleerd. Inzittenden moeten uitstappen, tassen moeten open en je wordt gefouilleerd. Mannen door mannen, vrouwen door vrouwen. Omdat ik een hotelgast ben en blank(!), gebeurt dat bij mij niet. Op zondag, als er veel bruiloften zijn in Ghion Park, zijn de vier bewakers wel nodig. Auto’s en wandelaars komen af en aan. Maar door de week is het heel rustig, dan staan en zitten ze rondom het wachtershuisje en de slagboom. Wandelen heen en weer tussen in- en uitgang en kijken. Als je even een wandelingetje gaat maken, als je naar het terras aan de overkant loopt, als je met de taxi aankomt of vertrekt. Ze knikken vriendelijk en kijken.
 
Binnen staan drie à vier (lift-)bedienden...
Voor de ingang van het hotel staan ook bewakers, meestal twee. Onbekenden, vooral Ethiopische onbekenden, worden ook hier weer gefouilleerd, maar gasten niet. Er staat ook een portier buiten, met pet. Binnen staan drie à vier mannen, (lift-) bedienden. Ze dragen koffers, komen helpen als er iets in je kamer niet in orde is, roepen een taxi voor je als je die nodig hebt en ze kijken. Hoe je naar buiten gaat, hoe je de trap oploopt, hoe je naar de lobby loopt. Ze wensen je vriendelijk goedemorgen, -middag, -avond, vragen ‘How are you today?’ en kijken.

In de receptie zijn gewoonlijk twee receptionisten en een kassier, soms meer, want er zijn ook stagiaires. Bij de kassier kun je betalen en de tweede kluissleutel ophalen. Bij de receptionist je sleutel en je kunt natuurlijk van alles aan hen vragen. Ze antwoorden vriendelijk, vragen hoe het met je gaat en of je nog wensen hebt. Soms iets over het weer. En samen met de liftbedienden kijken ze.

In de lobby is ook de bar. Achter, voor en naast de bar, staan gewoonlijk vier of vijf serveersters en obers. Ze staan te wachten. Zodra je zit, komen ze vragen wat je wilt drinken en even later brengen ze het. Ze moeten lachen als je geen suiker en melk in je thee wilt. Achter de bar is ook de kassa. Als je aan tafel wilt afrekenen, krijg je de rekening steevast in een kunstleren mapje. Ook als je alleen maar een klein flesje water hebt gedronken, van 18 birr (= 72 cent) Verder staan ze bij de bar, vriendelijk te lachen en ze kijken. Hoe je drinkt, leest, op je laptop werkt, op je telefoon kijkt, of gewoon maar zit.
 
Bij het kamerscherm staan ze en kijken...
In het restaurant tijdens ontbijt, lunch en diner, staan meestal ook vier à vijf mensen te wachten.
‘s Ochtends noteren ze je kamernummer, ruimen ze tafels af en brengen thee of koffie. Er is een ontbijtbuffet, dus de gasten halen zelf hun eten. Alleen als je bijvoorbeeld een omelet bestelt bij de kok, komt een van hen het brengen. Bij lunch en diner staan ze ook klaar en brengen de kaart, je eten en drinken en de rekening. Drinken en de rekening halen ze op in de bar, ongeveer 30 meter verder. Dan brengen ze hem bij jou in zo’n zelfde mapje. Als je op rekening eet, teken je en mag je gaan. Als je betaalt, brengen ze het mapje naar de kassier in de bar en komen dan weer terug met wisselgeld. Verder staan ze er rustig en kijken. Wat je eet, hoe je eet en drinkt, of je leest terwijl je eet, of praat met je gezelschap.

Ik eet vaak alleen, maar vanavond was ik ook de enige in de eetzaal. Het is er nooit erg druk. Ik was vroeg, want ik had trek. De serveerster schoof een stoel bij waar ik mijn tas op kon zetten, dan hoefde ik niet te bukken. Zo lief! Ze bracht de kaart, wachtte en keek, haalde een flesje water uit de bar, schonk in en keek, samen met de andere twee. Bracht het eten en keek.

Dan zijn er nog de mannen. Ze dragen een uniform of een donker pak. Ze hebben een rol, misschien zijn ze chef, of controleur, of beide. Ik zie ze nooit iets doen, ik zie ze wel kijken.

Alleen de kamerdames hebben altijd werk. Ze poetsen, maken bedden op en wassen. In verhouding zijn er veel minder kamerdames dan ander personeel. Ik zie hen ook nooit staan en kijken.

Als je op je post moet blijven en met meer dan voldoende personeel bent, kun je weinig anders doen dan kijken. Maar het werkt wel een beetje op mijn zenuwen. En ik ben extra alert op mijn gedrag. Doe ik raar als ik zit te werken op mijn laptop? Smak ik? Eet ik te snel? Of juist te langzaam? Is het vreemd als ik bier bestel? Maak ik geluiden als ik zit te lezen? Is het raar als ik neuriënd de trap afloop en opga? (Dat doe ik, merkte ik, omdat ik alert ben:-)

Het zal ze waarschijnlijk een zorg zijn. Ze zijn wel wat gewend in een hotel. Hooguit kunnen ze thuis iets vertellen over een witte, grijze vrouw die altijd neuriet. Zal mij een zorg zijn. Volgende week ben ik weer weg. Maar ik let toch op...