zondag 18 mei 2014

Ntoto

We vertrekken vroeg voor een zaterdag, 9 uur. Maar dan is het nog niet zo warm en kan de taxi van Bihian de berg nog op. We gaan naar Ntoto, de berg ten noorden van Addis waar keizer Menelik II woonde. De berg is 3200 m. We moeten dus nog 700 m stijgen. De weg gaat steil omhoog, dat is hard werken voor de oude Lada van Bihian.

De bossen zijn vaak zo'n 40 kilo...
Als we omhoog rijden, komen ons voortdurend vrouwen tegemoet die een enorme stapel hout op hun rug dragen. Dat hout, van de eucalyptus, sprokkelen ze in de bossen op de berg. Het hout is voor eigen gebruik, maar ook om te verkopen in de stad. De bossen zijn vaak zo’n 40 kilo, ze lopen dan ook helemaal krom.
Elke dag gaan de ze berg op. Hout sprokkelen is een taak voor vrouwen, mannen doen betaald werk. Het zal nog lang duren voor hier verandering in komt, ben ik bang. Ik wil het vastleggen, maar voel me veel te beschaamd om zo’n foto te maken. Ik word in een taxi de berg opgereden! Deze foto heb ik van internet gehaald…

Het lijkt van buiten het meest op een grote hut...
Als we de top naderen doet Bihian de radio uit. De autoramen staan open en op deze heilige plaats moet het stil zijn. Het is ook stil. Een verademing na het voortdurende getoeter in Addis. Het is stil, ook al wonen hier zo’n 4000 mensen. Monniken, maar ook mensen die hier ooit kwamen om genezen te worden. Na hun genezing wilden ze niet meer weg omdat het hierboven heilzaam en goed is. Ze hebben bijna niets, maar volgens Bihian ook weinig nodig. Hier zijn maakt je gelukkig. Hij kan het weten, want hij heeft hier een paar jaar geleden twee maanden gewoond om een zieke vriend te verzorgen.

Als je hierboven komt om te genezen, drink je per dag vijf liter van het heilige, genezende water. Verder vast je en bid je. Zijn vriend, met ernstige reuma, kon na een week zijn handen weer bewegen en zelfs schrijven. Bihian weet zeker dat dit door deze heilige plaats komt. Hij voelde toen ook hoe goed het hem deed daar te zijn.

Het paleis van keizer Menelik II en keizerin Titu ontroert me, net als de trots van de gids. Het is zo heel anders dan het concept ‘paleis’ dat ik heb. Het lijkt van buiten het meest op een grote hut. Van binnen is het ruimer en hoger dan je denkt. En vooral het dak is geweldig: de basis is van hout, daar overheen een laag leer en dan gras. Zo staat het er al 150 jaar en het lekt niet!
Achter het paleis een geweldig uitzicht over het dal waar Addis ligt. Keizerin Titu heeft erop aangedrongen in Addis te gaan wonen. Ze hield van het prettige klimaat, de vruchtbare bodem en de weelderige plantengroei. Vandaar de naam Addis Abeba: ‘nieuwe bloem’.

Ook het museum ontroert me. De gids verzekert ons dat alles wat er staat uit het paleis van Menelik komt en authentiek is. Het is een verzameling van stoffige trommels, cadeaus van staatshoofden uit Europa, rijkversierde kronen en religieuze attributen. De gids heeft een afgepast aantal Engelse woorden om uit te leggen wat we zien. Ik ben samen met een groepje Chinezen. Dat is fijn voor hen, want ik kan af en toe nog een extra toelichting gevenJ Als we het museum uitkomen, staat er buiten het hek een lange rij mensen met jerrycans. Zij komen het heilige water halen.

St. Joris en de draak
 Bihian brengt me naar een andere kerk, een achtkantige, ook door Menelik II gebouwd. De gids neemt ons mee de kerk in. Dat is bijzonder. Bihian is ook nog nooit binnen geweest. De wanden van de heilige ruimte voor de ark des verbonds zijn allemaal beschilderd in de traditionele Ethiopische stijl. Eén schilder heeft hier zijn levenswerk van gemaakt. Omdat de wanden meestal bedekt zijn door gordijnen en er niet al teveel zonlicht binnenkomt, zijn de schilderingen goed geconserveerd, ook na 140 jaar. Ik hou van de heldere kleuren en de strakke lijnen. Weer een cadeautje.
Niet het uitzicht vanaf het paleis van Menelik, maar iets lager

Op de terugweg luisteren we in de auto naar een cd van Teddy Afro, een bekende Ethiopische protestzanger. Het lied Menelik zingt Bihian enthousiast mee. In het lied zingt Teddy over de tijd van Menelik, toen arm en rijk, christen en moslim, vreedzaam samenleefden. Dat is nu anders. Het lied laakt de houding van de regering. Die is corrupt, die verdeelt en bindt niet samen. Er is hier water genoeg, zingt Teddy, waarom hebben sommigen dan dorst. Er is vlees genoeg, waarom hebben sommigen dan honger. De media boycotten de cd, maar ook de Oromo-bevolking doet dat. Menelik II moordde tijdens zijn bewind miljoenen Oromo’s uit. 

Het is nooit zo simpel als het lijkt in een land als Ethiopië…

vrijdag 16 mei 2014

Cultuur

De gemiddelde leeftijd van Ethiopiërs in 46. Die van Nederlanders 80. Volgens co-trainer Kalkidan zijn er verschillende redenen dat mensen hier veel minder oud worden. Natuurlijk, de veel lagere levensstandaard en de wel heel ongelijk verdeelde welvaart zijn oorzaken, dat is ze met me eens, Maar ook de zon, die maakt mensen snel oud. Bovendien zijn de meeste Ethiopiërs zeer gelovig. “Het is Gods wil dat we leven zoals we leven,” zeggen ze, “daar kunnen we niets aan doen!” Kalkidan, een heel zachte, lieve vrouw, verheft haar stem. “Dat zorgt ervoor dat er niets verandert in dit land, de mensen accepteren hun situatie.”  Kalkidan gelooft nog wel, maar conformeert zich niet meer aan de strenge regels. Ze gaat soms naar de kerk en in het huis van haar moeder bidt ze mee. Kalkidan is docent en bezig met haar PhD, haar specialiteit is Human Rights. Voor haar studie is zij in Nederland geweest en in Canada. Ze kijkt naar haar land met de ogen van iemand die andere culturen ervaren heeft. Ze is kritisch en ongeduldig geworden. Het gaat haar niet snel genoeg.

Dat geldt ook voor het verbeteren van het onderwijs in Ethiopië. “Het is goed dat deze training er is,” zegt ze, “dit is voor de meeste trainees de eerste keer dat er expliciet aandacht besteed wordt aan didactiek en er moet echt veel verbeteren” Voor Kalkidan zijn de onderwerpen van onze training niet nieuw. Ze heeft aan den lijve ondervonden wat activerend leren betekent tijdens haar stage in Canada. Maar dan kún je het niet meteen.
Vandaag krijgt ze als co-trainer de verantwoordelijkheid voor een groep studenten. Ze voelt zich zeker als ze de presentielijst bijhoudt, iets uitdeelt, of bij een groep aansluit om mee te denken. Maar nu gaat ze een groep studenten begeleiden bij microteaching. Bij microteaching oefen je in een kleine groep een nieuwe werkvorm. Jammer genoeg is er geen tijd om alle studenten individueel te laten oefenen, we doen dus het per groep. Om het efficiënt te laten verlopen, begeleiden de co-trainers en ik ieder een groep en zitten we in aparte lokalen.
Kalkidan verontschuldigt zich al bij voorbaat voor de observaties die ze moet doen. Als ze afloop de observatieformulieren aan mij geeft, zie ik dat ze minimaal zijn ingevuld. En ze weet ook niet of ze het wel goed gedaan heeft. Cultuur? Karakter? Ik denk een beetje van allebei. In het hiërarchische systeem in Ethiopië is ook niet gemakkelijk om te leren verantwoording te nemen.

Bij de microteaching heb ik drie groepen, waaronder groep 6, ons zorgenkindje.
Eskedar uit groep 1 doet het echt goed. Het onderwerp van deze groep is Omgevingsrecht. De studenten, oftewel de groepsleden van de aanwezige groepen, worden aan het werk gezet. Ik heb uitgelegd dat het niet de bedoeling is dat je het de microteacher moeilijk maakt. Iedereen doet goed mee. Er ontspint zich in verschillende groepen een heftige discussie. Eskedar luistert en praat mee, maar vergeet de tijd en schrikt als ik zeg dat er nog 2 minuten over zijn. Maar hij pikt het goed op en sluit af met een conclusie en maakt van de onafgemaakte opdracht een huiswerkopdracht. Handig!

Haftu is in het begin wat zenuwachtig, maar herstelt zich en ook hij geeft een activerende opdracht over Omgaan met corruptie, het onderwerp van groep 2. Hij houdt de tijd goed in de gaten en de ‘studenten’ bij de les. Niet zo gemakkelijk, want sommige groepsleden horen zichzelf graag praten. Als zij antwoorden zijn er zo een paar minuten voorbij. Maar hij houdt ze beleefd in toom. Dat is misschien wel ‘tegencultuurlijk’ in deze hiërarchische cultuur waar je de (natuurlijke) leiders alle ruimte geeft. Of dat nu in een groep trainees is, op het politiebureau of in ene restaurant.

De grootste overwinning is dat Haftu nu zeker weet dat hij deze werkvorm, think-pair-share, in zijn lessen gaat toepassen. Een cultuuromslag, zoals hij zelf zegt.

Als laatste is Michael van groep 6 aan de beurt. Hij zet de volgende quote op het bord “Be as much a part of the message as the message itself” en vraagt in groepjes te benoemen wat dit citaat te maken heeft met het onderwerp ‘Consumentenrecht’.  Verwarring bij de ‘studenten’. Wat moeten ze nu doen? Michael legt uit… en nog eens… en nog eens. Steeds een beetje meer en steeds een beetje anders, maar het helpt niet. Pas als hij wat artikelen uit de proclamatie over consumentenrechten voorleest, begint het te dagen. Als een van de studenten een antwoord geeft, gaat Michael los. Vol passie vertelt hij wat het belang is van voorbeeldgedrag van juridische professionals. Mijn seintje dat hij nog twee minuten heeft, overvalt hem. Hij sluit af.


Na afloop zegt hij dat hij erg betrokken is bij dit onderwerp en bij het thema. Dat hebben we gemerkt! Maar zijn valkuil is dat hij gaat preken. De feedback van de ‘studenten’ is duidelijk: niet goed voorbereid. Dat tonen ze met veel voorbeelden aan. Maar ze zijn onder de indruk van zijn passie en zijn creatieve start. Hij heeft zich al lang geleden ontworsteld aan de Ethiopische (onderwijs-)cultuur.

woensdag 14 mei 2014

Woesj

“Ik vond het een goede presentatie en ook interactief, maar als iedereen zit te slapen en tegenwerkt, kan je van alles doen, maar dan wordt het nooit wat!” Amanuel is nog gefrustreerd. Ook tijdens zijn presentatie zitten de trainees te suffen of zijn ze met iets anders bezig. Na afloop spreek ik ze erop aan. Schuldbewuste blikken. Een aantal gaat rechtop zitten, maar zakt tijdens de volgende presentatie weer in. De presentaties zijn niet zo interactief als de opdracht was, maar dat is geen rechtvaardiging van het gedrag, daar geef ik Amanuel gelijk in.

Trainee Michael voelt zich aangesproken en zegt beleefd maar duidelijk dat hij zo niet wenst te worden aangesproken. Er dreigt een woordenstrijd. Ik bedank beide heren, zeg dat ze allebei gelijk hebben en sluit de discussie. Solomon vraagt “Wat kun je nu doen als je zo’n slaperige klas voor je hebt?” Goeie vraag! “I’ll show you!”, zeg ik.

Ook in zo'n lokaal kun je met 37 mensen een kring maken
Ik zeg dat iedereen in een grote kring moet gaan staan om de stoelen en tafels heen. Het gaat traag, maar ik zweep ze op met wat klappen en aanmoedigingen. Er is gegiechel en geschuifel en in een paar minuten staan we in een kring: 34 trainees, 2 co-trainers en ik. “OK”, zeg ik, “We gaan woesjen!” 
Dit is een bekende energizer. Je zwaait met je beide handen opzij naar je buurman en zegt “Woesj”. Die geeft de woesj door aan de volgende, enz. enz. tot de woesj weer terug is bij degene die begon.
Weg is de slaperigheid! Veel gelach, commentaar als iemand niet goed woesjt, energie komt los. Nog twee rondjes, dan kunnen we weer verder. “We woesjt away the bad vibes,” zegt Michael.
  
Ik leg uit wanneer ik een energizer gebruik, op momenten zoals nu, of als de bekende lunchdip toeslaat. Meestal voeg ik er nog twee variaties aan toe: “Boing” en “Pow”. Ook leuk, maar nu een beetje teveel van het goede met zo'n grote groep.

We gaan verder met de presentaties. Ze worden niet echt interactiever, maar de groep doet mee. Of doet alsof, maar dat vind ik nu ook goed.

Ik denk wel dat ik weet wat mis ging. Hoewel ik gisteren heb aangekondigd dat we met de presentaties beginnen - een verwerking van een leesopdracht - ben ik te snel van start gegaan en heb niet goed afgestemd met de groep. Geen echt contact gelegd, ze er niet bij betrokken. Dat moet ik in de gaten houden, ik moet niet te snel willen en naar de groep kijken, zodat ik dit soort situaties kan voorkomen. Of in ieder geval kan proberen dat te doen!


Na mijn afsluiting blijft een aantal groepen zitten om verder te werken...
Gelukkig kwam het goed. Vanmiddag blijft na mijn afsluiting een aantal groepen zitten om verder te werken aan hun opdracht, terwijl het zeker 30 graden was in het lokaal. Belayhun, de charmante assistent met de sleutel zegt: “Ga maar, je taxi staat er, ik werk hier door en wacht wel.”

dinsdag 13 mei 2014

Overal leer ik (en de laptop ook)

Ik wist de weg nog! Ik kwam het Ministerie van Justitie binnen en wist nog precies hoe ik naar het lokaal moest lopen: twee trappen op, linksaf tot de grote zaal, weer linksaf naar buiten en langs de kantine, dan rechtsaf en daar was het lokaal. Die informatie zit in mijn geheugen. Ik denk niet dat ik vorige week had kunnen vertellen hoe ik moest lopen, maar nu, in het gebouw, komt de goede weg weer naar boven. Niet heel bewust geleerd, maar vorig jaar heb ik twee weken die weg gelopen en de route toch ergens opgeslagen.

En gelukkig had de laptop dat ook gedaan, de kennis opgeslagen. Vorig jaar was mijn start een klein drama omdat laptop en beamer niet goed met elkaar communiceerden. Daar kon ik op dat moment niet heel veel aan doen, ook de ict’er niet. OK, de laptop moest even nadenken, maar na een minuut of 5 wist ook hij weer hoe het zat.

Het was heel warm, die eerste dag. Moe maar voldaan ging ik even op mijn balkon zitten. Maar wel eerst alle onbedekte delen ingesmeerd met factor 50. Alleen al die paar minuten de zon op mijn blote arm in de taxi waren voldoende om te voelen hoe eet de zon is op deze hoogte (2500m). Vroeger had ik misschien gedacht ‘ach wat, even in de zon, daar moet ik tegen kunnen’. In de loop der jaren heb ik geleerd dat ik echt heel snel verbrand, dus smeer ik me in, met factor 50. Ik ben niet verbrandJ

Als ik de cursisten vanmiddag een opdracht geef, vraag ik of ze het begrepen hebben en of er nog vragen zijn. 34 paar ogen kijken mij vriendelijk aan. Sommige wat onzeker, dus ik vraag het nog eens, stel ze gerust, vragen is goed. Geen antwoord. Een paar cursisten knikken mij vriendelijk toe. “OK,” zeg ik, “begin dan maar.”
Met enige vertraging komt er beweging in de groep. De projectgroepen gaan bij elkaar zitten om de opdracht uit te voeren. Er klinkt gemurmel, ik neem aan dat ze nu aan elkaar uitleggen wat de bedoeling is. Dat kan ik niet verstaan, want het gebeurt in het Amhaars.
Ik ga de klas rond, stop bij een groep en vraag of ze weten wat de ze moeten doen. “Nee, eigenlijk niet…” is het antwoord. Ik leg het uit. Tegelijkertijd steekt een ander zijn vinger op. Ik loop naar de groep. Of ik het nog een keer kan uitleggen.
Hebben ze geluisterd? Ik denk van wel. Zijn ze dom? Ik denk van niet. Wel zijn velen onzeker en vinden het moeilijk om en plein public iets te vragen. Ik heb geleerd om dan gewoon de groepen langs te gaan en het nog een keer uit te leggen…

Hoewel er een dreigende wolkenlucht aankomt, ga vanmiddag even wandelen. Een rondje in het park en even langs de drukke straat bij Ghion Hotel. Na een minuut of vijf komt er een aardige jongen naast mij lopen. Hij groet vriendelijk en begint een gesprek. Ik heb geleerd dat dit hier in Addis meestal betekent dat die iemand iets van je wil. Ik ben benieuwd wat dat kan zijn, neem me voor hem geen geld te geven, ook al heeft hij nog zo’n dramatisch verhaal. Dat gebeurt namelijk. Hij kan “Hoe gaat het? Goed.” zeggen in het Nederlands. Hij trakteert me op de geschiedenis van de rastafari en keizer Haile Selassi. Wijst allerlei bezienswaardigheden aan. Nog steeds ben ik er niet achter wat hij van mij wil. Er moet iets zijn…
Vlakbij het hotel vertelt hij dat hij dj is en een cd wil maken. Om geld daarvoor te sparen verkoopt hij cd’s. Als ik er een koop, help ik hem. Dat is het dus! Precies op dat moment komen we bij een opstelling met cd’s. Zijn collega komt erbij. Ik heb twee cd’s gekocht. Dat kon ik niet laten.
Een kwartier meewandelen, vrolijke verhalen vertellen, zoveel moeite wilde ik wel belonen.
Crowdfunding op zijn Ethiopisch.J

Maar ik heb uiteindelijk 30% van de oorspronkelijk prijs betaald. Dat heb ik ook geleerd!



zondag 11 mei 2014

Precies genoeg tijd


Van Haarlem naar Addis Abeba reizen kostte mij in totaal 13½ uur. Ik vertrok om zes uur ’s ochtends en was om half tien ’s avonds in Ghion Hotel in Addis. Dat was niet alleen vliegen. Op Schiphol moest ik 2 uur tevoren inchecken. In Frankfurt had ik 1½ uur overstaptijd. In Jeddah werd bijgetankt en zat ik een uur in een stilstaand vliegtuig. In Addis kwam ik veel vroeger aan dat verwacht en er stond geen rij voor de visumaanvraag, dus ik wachtte een uur op de shuttlebus naar het hotel. Ik had 13½ en ik heb van elke minuut genoten.

Op Schiphol een cappuccino met echtgenoot A. met een bijzonder gesprek over leren en (over-) leven. En afscheid, mooi en verdrietig 


Op weg naar Frankfurt begon ik in het boek ‘Twee wegen’ van Per Petterson, een cadeautje van vriendin Letta “om tijdens de vlucht te lezen”. Gedurende de reis zo’n 100 bladzijden gelezen, mooi en verdrietig.



Na de overstap in Frankfurt heb ik Blue Jasmin van Woody Allen gekeken, mooi en verdrietig. Maar ja, ik ging ook voor de categorie ‘drama’. Later, boven de Sahara, keek ik de film ’12 years a slave’, heftig en dramatisch (zelfde categorie), maar gelukkig liep hij goed af.


En ik heb naar buiten gekeken. Heel veel naar buiten gekeken.

Tot Frankfurt was het bewolkt, maar na de overstap werd het helder en dat bleef het. Af en toe een wolkje, maar verder zag ik grote delen van voormalig Joegoslavië aan mij voorbijgaan. Voormalig Joegoslavië, want vanuit de lucht weet ik de huidige staten niet te herkennenJ.

Daarna Griekenland, Kreta, de Middellandse Zee en heel veel Sahara.


Ook nu weer een uur lang die prachtige wolkjes met een schaduw op het zand. Vorig jaar dacht ik eerst dat het een soort grijszwarte gesteentes waren, pas na een tijd realiseerde ik me dat het de schaduwen van die kleine wolkjes waren. Daarna de Nijldelta, dan de Rode Zee, die héél blauw is en toen Jeddah.

Na Jeddah werd het heel snel donker en bewolkt, maar Addis liet zich knipperend zien. Dat gebeurt vaker, het elektriciteitsnet is niet zo stabiel. Ik zag het als een warm welkom.




Heerlijk om zoveel te zien, alle tijd van de wereld, geen ontsnapping mogelijk, zitten en kijken…

13½ uur, precies genoeg tijd om afscheid te nemen en aan te komen.

zaterdag 10 mei 2014

Weer naar Addis


In januari werd duidelijk dat er ook dit jaar een Train-the-trainerprogramma in Addis Abeba zou komen met collega’s Michael en Maraliza en mij als trainer. In mei. Vijf weken. Twee weken Michael, een week Maraliza en twee weken ik, in die volgorde.

Leren leren
Ook nu zijn de cursisten docenten aan juridische faculteiten, professionele trainingscentra voor juristen, openbaar aanklagers en een enkele politiefunctionaris. Zij moeten in groepen een stukje onderwijs, - module - ontwerpen en ‘gebruiksklaar’ maken. Dat onderwijs is gebaseerd op een probleem, een complex probleem dat zij in de juridische praktijk of het juridisch onderwijs tegenkomen. Die module moet ‘studentgestuurd’ zijn en ‘diepgaand leren’ activeren. Met andere woorden: studenten moeten zelf initiatieven nemen om échte, relevante kennis op te doen die zij in de praktijk kunnen toepassen.

Dat is moeilijk voor studenten die gewend zijn aan hoorcolleges waarin ze alleen maar mogen luisteren. Dat is ook heel moeilijk voor docenten die gewend zijn om dat soort hoorcolleges te geven. Hun denken over onderwijs moet op de schop. Ze moeten loslaten en de student aan het werk zetten. Tegelijkertijd blijft het ook hun verantwoordelijkheid dat de noodzakelijke kennis in de hoofden, harten en lijven van de studenten komt. Hoe doe je dat?

Practice what you preach
In onze training ervaren de cursisten aan den lijve wat er nodig is om zo te leren. Ze moeten het zelf doen, maar we ‘bouwen steigers’ om ze te helpen. Het mag met vallen en opstaan gaan, maar door de steiger vallen ze nooit helemaal terug. Telkens reflecteren we met hen op wat er gebeurde. Wat deden zij, cursisten, en wat deed de trainer? Wat was het effect daarvan en hoe komt dat nu? Zo bouwen zij stukje bij beetje hun kennis over deze werkwijze op. Dat is op en top leren voor ons allemaal!

Oogsten
Als laatste trainer is het mijn taak om de cursisten te begeleiden bij het uitwerken van de module. Ze gaan het geleerde in week 1, 2 en 3 toepassen. Michael en Maraliza hebben mij uitgebreid verslag gedaan over hun ervaringen.  


Ik ben er klaar voor en ik hoop dat we gaan oogsten…